INTERVIEW – Gebouwenverwarming: van ketelmodel naar geïntegreerd systeem

05 februari 2019

Of het nu gaat om kantoren, bedrijfsgebouwen, appartementsgebouwen, woonzorgcentra ..., de energievraag in gebouwen is steeds een combinatie van elektriciteit en warmte. De technologie die achter deze vraag zit, wordt echter steeds complexer. Wij interviewden Jan Deklerck, productmanager bij Remeha over deze evolutie. 

Van vroeger tot nu

Vroeger zorgde een grote verwarmingsinstallatie met grote ketel, voor de verwarming van een groot gebouw. Was de ketel stuk, dan installeerde je een nieuwe. Nu wordt het allemaal veel complexer, in design, engineering, installatie en dus ook in onderhoud”, zegt Jan Deklerck, productmanager bij Remeha. Bij Remeha kunnen ze het weten. Het bedrijf heeft een lange traditie. Een van de bedrijven die het huidige Remeha voorafgaan, maakte in de zeventiende eeuw stoomketels. De corebusiness van het bedrijf is vandaag nog steeds de gascondensatieketel. In 2011 startte het bedrijf ook in België (in Wommelgem). Vanaf 2014 bundelen de merken Brötje, Chappée, Oertli en Remeha de krachten en vormen één organisatie die zowel de particulier en installateur bedient via de groothandel als de commerciële klanten via eigen vertegenwoordigers.

Duurzame energie, ingewikkelde installatie

Dringend de koolstofvoetafdruk verminderen, dat betekent minder energie verbruiken en efficiënter omgaan met de energie die we nog nodig hebben. “In de praktijk betekent dat in een appartementsgebouw bijvoorbeeld een combilus-systeem, gecombineerd met een wkk (warmtekrachtkoppeling), een warmtepomp, een thermisch zonnesysteem voor warm water. Regeling en sturing van het complexe systeem zijn natuurlijk erg belangrijk in dit opzet”, legt Deklerck uit. “Zo’n systeem is ideaal om er hernieuwbare energie in te integreren maar het geheel is natuurlijk moeilijker dan vroeger geworden. Een onderlegd projectteam is dus wel belangrijk. Daarnaast moet de installatie ook kunnen communiceren met gebouwbeheersystemen. Dit geldt trouwens zowel bij renovatie als bij nieuwbouw.”

Opnieuw federaal a.u.b.

Het energielandschap in het kleine België is wel versnipperd te noemen. “Als internationaal innovatief bedrijf is het moeilijk te begrijpen (en uit te leggen aan buitenlandse collega’s) dat bepaalde eisen toch weer net anders zijn in Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Dat helpt niemand vooruit. Een federale aanpak van het energiethema zou zeker helpen”, aldus Deklerck.

ROI i.p.v. MVO

Waarom kiezen klanten van Remeha voor een nieuwe installatie die beroep doet op verschillende technologieën? “Nog niet voor de CO2-reductie”, geeft Deklerck toe, “hoewel die reductie er natuurlijk wel is. Maar de drijfveer is nog altijd ‘return on investment’ (ROI), kostenbesparing en efficiëntie dus. Neem bijvoorbeeld het zwembad van Plopsaland De Panne. We plaatsen er voor 1,2 MW aan ketels en voorzagen een wkk van 200 kW. De terugverdientijd van het project is vier jaar.”

Bij Remeha zien ze de vraag naar warmtekrachtkoppeling wel stijgen. “Maar het blijft belangrijk om vooraf de analyse te maken. Je moet de warmte van een wkk kunnen valoriseren, anders is het niet interessant. Wij hanteren als ondergrens ongeveer 4.000 branderuren voor warmte. Daarnaast heb je een basis warmtevraag nodig. Zijn die twee voorwaarden vervuld, dan is een wkk snel terugverdiend.”

Remeha voorzag het zwembad van Plopsaland De Panne en een aantal andere faciliteiten, van een nieuwe energie-installatie met onder andere een wkk van 200 kW en ketels met een gezamenlijk vermogen van 1,2 MW. De terugverdientijd van het project is 4 jaar. 

Combinatie is de toekomst

Deklerck waarschuwt nog voor het ‘all electric’ verhaal. “Zeker in de woningbouw is dat een misvatting. Tijdens piekmomenten, ’s ochtends en ’s avonds, zal er nog steeds grijze stroom gebruikt worden. Bij productie van die stroom wordt veel CO2 uitgestoten. Heb je bijvoorbeeld een warmtepomp in werking tijdens een piekmoment, dan zal je momenteel meer CO2 uitstoten dan via een condensatieketel. 

Zoals reeds aangehaald: het is geen eenvoudig verhaal. Simpele oplossingen zijn er dus niet. Ik ben er niet zeker van dat enkel de warmtepomp de toekomst is. De combinatie van een elektrische bron, een warmtenet en gas, dat is de toekomst.” In biomethaan en hout als energiebron, gelooft Deklerckniet. “De CO2-cycli in deze technologieën zijn onvoldoende in evenwicht om van een echt CO2-neutrale technologie te kunnen spreken.”

Ieder zijn warmtenet

De toekomsttechnologie bevat volgens Deklerck ook warmtenetten, en die zijn er in verschillende vormen. “Naast de hoge en lage temperatuurnetten zullen ook de slimme warmtenetten ingang vinden. Restwarmtesystemen zijn trouwens interessant, vooral in combinaties van bedrijven en woningen. Er gaat veel restwarmte in bedrijfsprocessen verloren. Die kan je valoriseren in je woning. Aangekomen in de woning, wordt de lage temperatuur via een warmtepomp dan opgewaardeerd. We verwachten een stijging van dit soort toepassingen.” Aan technologie geen gebrek dus. Maar zorg wel voor de juiste combinatie, afgestemd op de energievraag

Tekst: Hilde De Wachter
Foto's: Remeha 

INTERVIEW – Gebouwenverwarming: van ketelmodel naar geïntegreerd systeem

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x