INTERVIEW - SDG’s en bedrijven: mogelijkheden genoeg, maar versnelling en cultuuromslag gewenst

16 april 2018

Interview met prof. Jean-Pascal van Ypersele

Tekst: Peter Thoelen


Prof. Jean-Pascal van Ypersele: “Wie de SDG’s verder leest tot aan de subdoelstellingen en de intussen ontwikkelde indicatoren, moet zeker concrete handvatten kunnen vinden, om mee aan de slag te gaan in zijn bedrijf” (Beeld: EPO - Jean-Pascal van Ypersele)

Professor Jean-Pascal van Ypersele is een befaamde klimatoloog, verbonden aan de Université catholique de Louvain (UCL), waar hij hoogleraar is aan het Earth & Life Institute (ELI). Hij zetelde jarenlang in het VN-klimaatpanel IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), waarvan hij tussen 2008 en 2015 vicevoorzitter was. Sinds januari van vorig jaar maakt hij deel uit van een comité van 15 toonaangevende experts dat voor de Verenigde Naties (VN) een vierjaarlijks rapport zal opstellen over de vooruitgang van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s of Sustainable Development Goals). Het eerste rapport is gepland voor 2019. 

Van Ypersele bracht in 2017 ook een boek uit bij uitgeverij EPO ‘In het oog van de klimaatstorm’. De recensie daarvan lees je in de juni-editie van ecoTips.

Vanwaar komen die SDG’s en wat is hun doel?

De SDG’s zijn eigenlijk de voortzetting van de MDG’s (Millenniumdoelstellingen of Millennium Development Goals), die door de VN opgesteld werden in 2000 en die de armoede uit de wereld wilden helpen. Het was snel duidelijk dat ‘de armoede uit de wereld helpen’ echter niet altijd bijdraagt tot ‘duurzame ontwikkeling’: de MDG’s waren vooral van belang voor landen in ontwikkeling en veranderden niet fundamenteel onze manier van produceren en consumeren. De goede zorg voor de aarde en het rationeel beheer van de natuurlijke grondstoffen kwamen wel aan bod in de VN-conferenties over milieu en (duurzame) ontwikkeling in 1992 (Rio De Janeiro), 2002 (Johannesburg) en 2012 (Rio).

De SDG’s uit 2016 hebben dan ook een hele reeks doelstellingen toegevoegd aan de MDG’s. Het werd stelselmatig duidelijk dat we alle problemen waar de mensheid tegenwoordig voor staat, niet apart kunnen oplossen, omdat ze met elkaar samenhangen (denk aan het verband tussen oorlog, armoede, gebrek aan onderwijs en vluchtelingen…). Elke aparte crisis is meestal een symptoom van een dieperliggende oorzaak. Soms is het gemakkelijker om alle problemen samen en geïntegreerd aan te pakken. De SDG’s raken nu eenmaal aan bijna alle menselijke activiteiten wereldwijd.

Wat betekenen de SDG’s voor het beheer van een bedrijf? Zijn die doelstellingen concreet genoeg om ermee aan de slag te gaan?

Wie verder leest tot aan de subdoelstellingen en de intussen ontwikkelde indicatoren, moet zeker concrete handvatten kunnen vinden, om mee aan de slag te kunnen. Enkele voorbeelden: Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aantal sterfgevallen en ziekten verminderen als gevolg van gevaarlijke chemicaliën en de vervuiling en besmetting van lucht, water en bodem (SDG 3.9); Verzekeren van de volledige en doeltreffende deelname van vrouwen en voor gelijke kansen inzake leiderschap op alle niveaus van de besluitvorming in het politieke, economische en openbare leven (SDG 5.5); Tegen 2030 in aanzienlijke mate het aandeel hernieuwbare energie in de globale energiemix verhogen en de globale snelheid van de verbetering in energie-efficiëntie verdubbelen (SDG 7.2 & 7.3); Op duurzame wijze een einde maken aan corruptie en omkoperij in al hun vormen (SDG 16.5). De SDG’s zouden een aanleiding voor louter ‘greenwashing’ kunnen zijn. Maar ik denk dat bedrijven die dat zo zien, op vrij korte termijn aan de verliezende kant zullen staan. Ik geloof niet dat ‘greenwashing’ lang vol te houden is.

Toch zijn er bedrijven die al vele jaren lang aan ‘greenwashing’ doen …

Ja, maar dat blijft toch niet duren; consumenten zijn steeds beter geïnformeerd. Wat tien jaar geleden nog geclaimd kon worden, kan tegenwoordig vaak niet meer door de beugel. Bedrijven die nu alléén nog maar aan ‘greenwashing’ doen, zonder ook reële inspanningen te leveren voor milieu en duurzame ontwikkeling, nemen op lange termijn een groot risico op verlies.

Nochtans lijkt bijvoorbeeld doelstelling 1, armoedebestrijding, nogal ‘ver-van-mijn-bed’ voor een Belgisch bedrijf, niet?

Dat lijkt inderdaad ver, maar een boemerang vliegt ook ver weg, alvorens terug te komen. Onlangs nam ik deel aan een congres van de Belgische zuivelfederatie. Op heel wat domeinen heeft die sector vooruitgang gemaakt, vooral op vlak van milieu. Niettemin, en dat is geen kritiek maar een vaststelling, exporteert de Europese landbouwindustrie heel wat melkpoeder naar Afrika, aan zeer lage prijzen. Dat maakt het werk voor Afrikaanse veehouders zeer moeilijk, en draagt mogelijk bij tot armoede in Afrika.

Ik denk dat alle bedrijven, via hun producten of diensten, een mogelijke band kunnen vinden met armoede in de wereld. Ze zouden minstens het besef moeten hebben dat hetgeen ze doen ook invloed kan hebben in andere delen van de wereld. Die is ook steeds meer ‘geconnecteerd’. Armoede leidt tot onzekerheid, instabiliteit en migratiestromen in de wereld. Men kan niet beweren dat het onveiligheidsgevoel en het recente terrorisme bij ons niets te maken hebben met ongelijkheid en de armoede in landen ‘ver van ons bed’.

Ongetwijfeld, maar dat is het omgekeerde: indien men via de SDG’s lokale producenten in Afrika wil ondersteunen, of de export van goedkoop melkpoeder zou verbieden, dan is dat niet in het belang van een Europees melkbedrijf. Waarom zou zo’n bedrijf dan meewerken aan de promotie van lokale productie in Afrika?

Ik ben natuurlijk klimatoloog en geen melk- of landbouwexpert. Maar ik kan moeilijk geloven dat er geen partnerships gevonden kunnen worden, waarbij een bedrijf van bij ons zou samenwerken met een lokale Afrikaanse producent. De afschaffing van de export van zeer goedkope producten kan wellicht vervangen worden door de export van producten met een hogere toegevoegde waarde of kwaliteit. Vroeg of laat zullen bedrijven in die landen lokaal produceren en zelfs naar hier exporteren. Elk bedrijf kan zoeken naar een betere en meer evenwichtige samenwerking op haar domein. Maar er is duidelijk geen eenvoudig antwoord op die vraag.

Wat ontbrak er volgens u de afgelopen decennia om meer bedrijven massaal te doen overschakelen op doorgedreven duurzaam ondernemen? We spreken immers al 30 jaar over ‘duurzame ontwikkeling’; het is geen nieuw concept ... 

Het is inderdaad geen nieuw concept. Wat remmend werkt is natuurlijk het ‘short-termism’, het denken op korte termijn, dat eigen is aan de huidige bedrijfslogica. Vaak ontbreekt het toch nog aan een visie op lange termijn over de gevolgen van beslissingen die een bedrijf neemt. Korte-termijnstrategieën werken gedurende enkele jaren, maar op termijn komt dat terug in ons gezicht. Denk aan het afvalprobleem. Veel afval van papier, textiel, elektronica ging zo naar onder meer China of Ghana. Op dit ogenblik sluit China de grenzen daarvoor af, Ghana zal dat vroeg of laat ook doen, en zeggen ‘trek je plan zelf met je afval’. De dag dat die boemerang teruggekomen is, zullen bedrijven die nu investeren in een duurzaam ecologisch en sociaal programma, wél klaar zijn en een enorm voordeel hebben op de concurrentie.

Ik geef nog een voorbeeld: de uitstootnormen voor auto’s zullen straks in de VS afgezwakt zijn. Dat kan op korte termijn wat meer verkoop en meer winst opleveren voor een paar Amerikaanse bedrijven. Maar op iets langere termijn zal niemand buiten de VS die auto’s nog willen aankopen, want de rest van de wereld én de consumenten zetten in op properder auto’s.

Het is wel stuitend dat, volgens een studie van Price Waterhouse Coopers uit 2015, slechts 41% van de bedrijven de SDG’s de komende 5 jaar willen integreren in hun bedrijfsstrategie. En die overige 60% dan? Erger nog: slechts 13% van de bedrijven hebben de instrumenten geïdentificeerd die ze nodig hebben om hun impacts ten opzichte van de SDG’s te beoordelen.

Bijna alle SDG’s stonden eigenlijk al op een of andere manier, en vaak veel concreter, opgesomd in ‘Our Common Future’ (het ‘Brundtland-rapport’) uit 1987. Momenteel zijn de SDG’s een wereldwijd compromis, en dat is goed, maar zal het volgens u bij de bedrijven nu sneller vooruitgaan dan voorheen? 

Ik heb de indruk van wel, maar dat is misschien omdat ik een optimist ben. Toch lees ik in het voorwoord van Pieter Timmermans (Gedelegeerd Bestuurder VBO) van Reflect nr. 14* het volgende: ‘Hoe kunnen we een duurzame economie realiseren in een wereld waar de ongelijkheden almaar toenemen, waar de klimaatverandering duizenden mensen treft en op de vlucht doet slaan, waar landen steeds meer op zichzelf terugplooien, en waar de biodiversiteit, de basis van onze economie, blijft aftakelen?’. Dat is buitengewoon! Niet langer dan 10 jaar geleden zat het VBO nog bijna in het kamp van de klimaatsceptici. Ik zie dus wel degelijk een kentering in het denken vanuit de bedrijfswereld. 

Wat zou bedrijven uitdagen om sneller te handelen?

Ook een oud principe, tenminste voor de milieu-aspecten: het doorrekenen van milieukosten. Het is geld dat bedrijven in de ene of de andere richting zal bewegen. Momenteel betalen bedrijven 10 euro per ton uitgestoten broeikasgassen, nadat het gedurende 200 jaar eigenlijk zonder kost gebeurde. Maar 10 euro is nog steeds geen reflectie van de werkelijke milieukost. Als dat toeneemt tot 100, 200 of zelfs 300 euro per ton, zal de situatie veranderen. En sommige bedrijven bereiden zich daarop voor, door bijvoorbeeld intern al te rekenen met 20-40 euro per ton. Zij zullen veel beter voorbereid zijn dan de bedrijven die niet mee zijn met het totaalplaatje van duurzame ontwikkeling.

De SDG’s gaan nog steeds uit van economische groei en vermelden dat die zou moeten verlopen via de ontkoppeling van de groei en het verbruik van grondstoffen. Met andere woorden: meer groei met minder grondstoffen. Onder meer volgens professor Tim Jackson** van de universiteit van Surrey is dat onmogelijk.

Dat is inderdaad gebaseerd op de formule van Ehrlich-Holdren, die zegt dat de milieu-impact gelijk is aan het product van de bevolkingsgrootte, het gemiddeld inkomensniveau en de inzet van technologie of grondstoffen. Indien de bevolking blijft groeien en het inkomen blijft stijgen (wat wereldwijd nu het geval is), wordt het inderdaad moeilijk om meer te produceren met minder grondstoffen.

Hoe rijm je dat dan met SDG 8 waarin economische groei geëxpliciteerd wordt?

Tja, je kan geen wereldwijde consensustekst samenstellen zonder te verwachten dat daar niet enkele tegenstrijdigheden zouden inzitten. Maar we moeten ook opletten met slagzinnen zoals ‘welvaart zonder groei’. Dat is wel een ‘catchy’ titel, maar over welke groei en welke welvaart spreken we? In welk deel van de wereld? In grote delen van Afrika welvaart creëren zonder economische groei zal niet mogelijk zijn. Maar nog meer auto’s produceren voor de Belgische markt maakt ons daarom niet gelukkiger of welvarender.

Dat is natuurlijk een moeilijke boodschap: als we genoeg voedsel, kleding, gebruiksvoorwerpen enz. hebben, kan de groei in productie stoppen?

Alles wat we doen inzake duurzame ontwikkeling heeft ook te maken met cultuurverandering. Nog niet zo lang geleden vond iedereen het normaal om te roken op kantoor, tijdens vergaderingen, in publieke ruimtes, in de auto of op de trein, zelfs op restaurant. Op korte termijn is die houding helemaal omgeslagen en niemand wil terug naar de tijd dat na elk cafébezoek je kleren doordrenkt waren met sigarettenrook. En natuurlijk ging dat in tegen de groei-ambities van de tabaksindustrie. Daarvan heeft heel de maatschappij echter gezegd: die groei is eigenlijk niet aanvaardbaar. Soms kan het dus snel gaan. Maar dat vergt vaak wel een wettelijke aansturing.

Nu gebeurt stap voor stap hetzelfde voor houtverbranding in kachels, open haarden en zelfs in open lucht. Vele mensen vinden dat gezellig, maar de effecten op het milieu en de gezondheid zijn veel ernstiger dan we ooit gedacht hadden. Nog maar kort geleden werden boven Vlaanderen bijvoorbeeld onverklaarbaar hoge concentraties van fijn stof gemeten. Achteraf bleek dat die kwamen van verbranding van hout in Noord-Duitsland, naar aanleiding van paasvuren. Op termijn zal dat ook niet meer aanvaard worden. Zo zijn er nog sectoren waarvan de groei na een culturele kentering niet meer aanvaard zal worden.

Ik hoop dat die cultuuromslag zich ook snel in de bedrijven voordoet, want alle wetenschappelijke rapporten maken duidelijk dat we klimaatmaatregelen echt niet langer kunnen uitstellen. We moeten zo vlug mogelijk overgaan van een economie die voor 80% afhankelijk is van fossiele brandstoffen naar een circulaire economie die gebaseerd is op hernieuwbare energie. En het is duidelijk dat we daarvoor ook moeten kunnen rekenen op de mogelijkheden van het bedrijfsleven.


*: Het VBO publiceerde in de herfst van 2017 een themanummer (nr. 14) van Reflect ‘Voor duurzame winst’.

 **: In 2009 schreef Tim Jackson ‘Prosperity without growth’, in 2010 vertaald als ‘Welvaart zonder groei’, uitgeven door Uitgeverij Jan Van Arkel en Oikos.

INTERVIEW - SDG’s en bedrijven: mogelijkheden genoeg, maar versnelling en cultuuromslag gewenst

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x