Hoe landbouw de klimaatverandering kan afremmen

Landbouw kan een rol spelen in de vermindering van de klimaatverandering

De Vlaamse land- en tuinbouw kan een bijdrage leveren aan de vermindering van de klimaatverandering door zijn uitstoot van broeikasgassen te reduceren. De belangrijkste broeikasgassen in de landbouwsector zijn methaan (CH4), lachgas (N2O) en koolstofdioxide (CO2). De totale broeikasgasuitstoot bestaat uit energetische emissies, bodememissies, emissies ten gevolge van mestopslag en ten gevolge van verteringsprocessen. Een rapport van het Departement Landbouw en Visserij somt, op basis van een literatuurstudie, maatregelen op die de sector kan nemen.

 

Emissies doen dalen

Niet-energetische emissies, voornamelijk uit de rundveehouderij en in mindere mate de varkenshouderij, vormen drie kwart van de totale uitstoot van de broeikasgassen van de landbouw. De landbouwsector heeft de laatste twintig jaar echter al een aanzienlijke daling van de emissie gerealiseerd. Onze hoogproductieve en intensieve veeteelt heeft ook een een lagere intensiteit van broeikasgasemissie dan extensieve systemen. Enkele mogelijke maatregelen uit het rapport:

  • Een verbeterde voederefficiëntie kan de methaanemissie per kg melk uit verteringsprocessen in de melkveehouderij reduceren met 2,5 tot 15 procent.
  • Lachgasemissies uit mestopslag kunnen verminderd worden door optimalisering van de samenstelling van het voederrantsoen en meer bepaald door een verhoogde stikstofefficiëntie.
  • Pensregulatoren kunnen de methaanvorming bij vertering beperken in de melkveehouderij. Het huidige reductiepotentieel bedraagt 5 procent, maar het potentieel ligt hoger.
  • Genetische selectie van melkvee voor melkproductie, energie-efficiëntie, ziekteresistentie en warmtetolerantie kan de methaanemissie-intensiteit reduceren met 9 tot 19 procent. Eenzelfde potentieel is er voor verbeteringen in het dier- en voortplantingsmanagement.
  • De stalstructuur bepaalt mee de mate waarin methaan en lachgas gevormd worden. Zo leidt een roostervloer tot minder broeikasgasemissies dan een volle vloer met strooisel en hebben ook de temperatuur en de ventilatie een impact.
  • Door de mest regelmatig te verwijderen uit de stal en op te slaan in een externe, gesloten mestopslagplaats, verlaagt de uitstoot van broeikasgassen. Composteren van de dikke fractie en anaerobe behandeling van mengmest (vergisting) kunnen ook emissiereducties opleveren.

 

Energieverbruik aanpakken

Ook bij de energetische emissies is er ondanks de geleverde inspanningen nog progressie mogelijk. Enerzijds moet de land- en tuinbouw verder inzetten op de vermindering van het energiegebruik en de verbetering van de energie-efficiëntie. Verschillende technieken zijn al op de markt. Voorbeelden zijn energieschermen, rookgascondensoren, energiezuinige ventilatiesystemen, melkvoorkoelers en halveringsschakelaars in zeugenkraamstallen. Anderzijds moet de omschakeling naar hernieuwbare energie verder worden gestimuleerd.

Bij de keuze van bepaalde strategieën moet er altijd oog zijn voor de impact op andere broeikasgasemissies en andere milieueffecten zoals ammoniakemissie en nitraatuitspoeling. Omdat de maatregelen uiteindelijk bij de landbouwers doorgevoerd worden, moet er bijzondere aandacht gaan naar de financiële en praktische haalbaarheid.

Lees hier het volledige rapport ‘Klimaatmitigatie in landbouw’.



Datum: 11-10-2016
Bron: departement landbouw en visserij

Hoe landbouw de klimaatverandering kan afremmen

Meer items
by

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

x