LEEFOMGEVING - Maatschappelijke kosten van verspreide bebouwing voor het eerst becijferd

09 april 2019

De maatschappelijke kosten voor infrastructuur, mobiliteit en open ruimte liggen een stuk hoger buiten de steden. Dat blijkt uit een studie rond verspreide bebouwing die het Departement Omgeving met ondersteuning van VITO uitvoerde. Uit de eerdere kosten-batenanalyse naar aanleiding van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, bleek al het verderzetten van de lintbebouwing een duur scenario is. De nieuwe cijfers tonen nu ook aan dat de maatschappelijke kosten van een verdere versnippering zeer hoog zullen zijn, vooral op vlak van mobiliteit, infrastructuur en open ruimte.

Opbouw van de studie

De studie beschrijft de mate van verspreiding van bebouwing binnen Vlaanderen aan de hand van vier indicatoren: ruimtebeslag, bevolkingsdichtheid, tewerkstelling en versnippering. Uiteindelijk resulteert dit in een vierdelige typologie waarop de maatschappelijke kosten werden berekend.

  • Stadskernen en gebieden met stedelijke kenmerken
  • Dorpskernen en stadsranden
  • Verkavelingen en linten
  • Verspreide bebouwing

Op basis van een literatuurstudie werden de kosten en baten van volgende thema’s globaal verkend: infrastructuur, transport en mobiliteit, publieke dienstverlening,  gezondheid, sociale effecten, energie-infrastructuur, economische ontwikkeling en behoud van open ruimte.

De thema's infrastructuur, mobiliteit en open ruimte werden vervolgens meer in detail bekeken.

Belangrijkste conclusies van het onderzoek

De evolutie van kosten voor de onderzochte thema’s tonen een duidelijke trend aan: hoe verspreider de bebouwing, hoe hoger de maatschappelijke kosten (infographics in bijlage I). Wanneer we meer in detail kijken naar hoe infrastructuur, mobiliteit en open ruimte interageren met een hogere maatschappelijke kost, blijkt dat meer verspreide bebouwing samengaat met:  

  • 10 keer meer infrastructuur per gebouw dan in een stadskern: De kostprijs om infrastructuur te voorzien per gebouw ligt daardoor 7 keer hoger. Leidingen in stedelijke gebieden zijn iets duurder, daardoor is het totale effect van de kosten bij verspreide bebouwing lager.
  • Meer mensen die over een langere afstand een auto gebruiken: De maatschappelijke kost van mobiliteit per huishouden is daar dubbel zo groot in verspreide bebouwing dan in stadskernen. 
  • Ongeveer 4,5 keer meer verharding per gebouw dan in de stadskern. Dit verlies van open ruimte zorgt ook voor een verlies aan ecosysteemdiensten dat 4,5 keer groter is.


Verspreide bebouwing: Vlaanderen versus Europa

In vergelijking met andere Europese landen, heeft Vlaanderen weinig open ruimte en is de verstedelijking over het hele grondgebied verspreid. Dat blijkt uit het ruimtebeslag dat met 33% tot de grootste van Europa behoort. België is dan ook zowat het meest versnipperde land van Europa en elke dag verdwijnt er in Vlaanderen bijkomend nog eens 5 à 6 hectare open ruimte. In Engeland heeft de natuur nog 30% van de oppervlakte in handen, in Vlaanderen is dat slechts 2,6%.

Zelfs buurlanden zoals Duitsland en Nederland zijn er veel beter in geslaagd om zorgvuldig met hun ruimte om te gaan en hun woonkernen veel compacter te houden. Wat ons wegennet betreft - het meest uitgebreide in Europa - scoren we met 4,8 km verharde wegen per vierkante kilometer bijna dubbel zo hoog als onze Nederlandse buren. Toch staan we het langst van al in de file.

Verdere evolutie

Tegen 2050 verwachten we een verdere aangroei van de bevolking. Als we aan die groei een plaats geven volgens het huidige systeem, betekent dit dat de ruimte verder zal versnipperen en de maatschappelijke kosten de hoogte inschieten. De berekeningen voor de drie thema’s tonen een jaarlijks aanzienlijke meerkost wanneer we verlies en versnippering van open ruimte nu niet terugdringen.

Wanneer we daarentegen via strategische acties binnen het ruimtelijk beleid het terugdringen van versnippering kunnen stimuleren en daardoor ook meer open ruimte vrijwaren, ontstaan er baten in de vorm van uitgespaarde kosten. In het kader van het onderzoek werden de baten (of uitgespaarde maatschappelijke kosten) van een ruimtelijk beleid dat verder verlies en versnippering van open ruimte tegengaat, berekend voor de drie thema’s: infrastructuur, mobiliteit en ecosysteemdiensten. En dit bij twee beleidsscenario’s: één scenario met een terugdringing van de inname van open ruimte en één ambitieuzer scenario met teruggave van open ruimte.

Inschatting baten

Voor elk thema zag men in het onderzoek de baten sterk stijgen naarmate verlies en versnippering van open ruimte tegengegaan worden. Tegen 2050 zouden onze baten als volgt kunnen evolueren:

  • Voor infrastructuur kan het terugdringen van open ruimte-inname 250 miljoen euro baten per jaar opleveren. Open ruimte teruggeven levert potentieel zelfs 380 miljoen euro per jaar op.
  • Voor mobiliteit evolueren deze baten van 1.000 tot 2.000 miljoen euro per jaar.
  • Voor ecosysteemdiensten evolueren deze baten van 250 tot 400 miljoen euro per jaar


Maar behalve het voordeel van niet gemaakte maatschappelijke kosten, zal het terugdringen nog andere voordelen opleveren zoals meer ruimte voor hernieubare energie, minder luchtvervuiling, meer mogelijkheden voor goed openbaar vervoer en een heropleving van de biodiversiteit. 

De volledige studie, de infographics en de video zijn te vinden via deze link.

Tekst: Departement Omgeving | Knack | Vlaamse Overheid | Bosplus.be
Foto's: Departement Omgeving 

LEEFOMGEVING - Maatschappelijke kosten van verspreide bebouwing voor het eerst becijferd

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x