Wereldwaterdag thema afvalwater: hoe zit het in Vlaanderen

21 maart 2017

Naar aanleiding van wereldwaterdag op 22 maart geven we een overzicht van de waterverontreiniging in Vlaanderen (bron: VMM). Het thema van wereldwaterdag is dit jaar afvalwater. 

Wereldwijd wordt er immers nog erg weinig afvalwater behandeld en gezuiverd. Gelukkig is dit in Vlaanderen anders. Een overzicht van 2015. Het rapport van de VMM wordt in het najaar geactualiseerd voor 2016.

Daling verontreinigende parameters

De parameters biochemisch zuurstofverbruik (BZV), chemisch zuurstofverbruik (CZV), totaal fosfor (P t) en totaal stikstof (N t) zijn een maatstaf voor de totale belasting van het oppervlaktewater. Voor deze vier parameters is de belasting gedaald in de periode van 2010 tot 2015. Ook in 2015 was er nog een kleine daling ten opzichte van 2014, behalve voor N t.

De belangrijkste bronnen van verontreiniging in 2015 zijn naargelang de stof :

  • de huishoudens voor BZV (70%) en CZV (41%);

  • de landbouw voor de nutriënten N t (61%) en P t (46%).

 

De waterkwaliteit kan onder meer nog verder verbeterd worden door toenemende collectieve en individuele waterzuivering van huishoudelijk afvalwater en een vernieuwd mestbeleid.

VMM monitort ook de emissies, lozingen en verliezen van 8 metalen: arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink. De belasting van het oppervlaktewater voor deze stoffen daalt licht of stagneert in de periode 2010 tot 2015. Ten opzichte van 2014 daalt ze voor al deze stoffen.

Diffuse bronnen zijn voor meer dan de helft verantwoordelijk voor de emissies van metalen naar oppervlaktewater. Afspoeling via erosie en depositie van stoffen uit de atmosfeer zijn de belangrijkste bronnen van arseen, cadmium, chroom, kwik, lood en nikkel. Atmosferische depositie (33%) en transport (30%) zijn samen verantwoordelijk voor 63% van de koperemissies. Het gebruik van zink in gebouwen (30%) en atmosferische depositie (23%) zijn samen verantwoordelijk voor 53% van de zinkemissies.

De diffuse bronnen kennen een belangrijk aandeel in de totaalbelasting van de waterlopen. Hun emissies kunnen echter niet via het klassieke waterzuiveringsbeleid aangepakt worden. Een geïntegreerd beleid voor lucht- en wateremissies, het samenwerken met specifieke doelgroepen en een doeltreffend materialenbeleid zijn enkele mogelijke beleidsmaatregelen en/of -acties om de emissies in de toekomst nog verder terug te dringen. 

Hoe doen de bedrijven het?

De netto-emissie van bedrijven daalt in 2015 ten opzichte van 2010 voor BZV (-17%), CZV (-9%), N t (-9%) en P t (-28%). Dit wordt deels verklaard door beleidsmaatregelen gericht op dalende bedrijfslozingen (bruto-emissies), en in mindere mate door een verbeterde zuiveringsinfrastructuur.

Ook voor alle onderzochte metalen dalen de netto-emissies van bedrijven tussen 2010 en 2015 variërend per metaal van 9% tot 75%.

De emissies van bedrijven komen hoofdzakelijk rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht. Het aandeel van die transportroute in de netto-emissie varieert in 2015 naargelang de stof tussen 67% en 97%. Bedrijven met grote rechtstreekse emissies op oppervlaktewater hebben vaak grote aandelen in de totale netto-emissies uit bedrijfslozingen.

Gemiddeld over alle stoffen worden de grootste emissies in 2015 veroorzaakt door de bedrijfssectoren voeding, chemie en metaal. 

Volgens de VMM kan er nog milieuwinst bereikt worden door een verdere reductie van de netto-emissies uit bedrijfslozingen.

Het volledige rapport over afvalwater en afvalwaterverontreiniging, van de VMM lees je hier.

Wereldwaterdag thema afvalwater: hoe zit het in Vlaanderen

Meer items
by

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

x