BELEID - Grondlegger Europees klimaatbeleid Jos Delbeke stelt boek voor: "Radicale ommezwaai blijft nodig"

25 februari 2020

Op 28 januari vond in de Leuvense zaal De Hoorn een lezing plaats van Jos Delbeke, die er zijn boek ‘Towards a climate neutral Europe - curbing the trend’ kwam voorstellen. Delbeke is één van de grondleggers van het klimaatbeleid van de Europese Commissie. Dat beleid heeft recent geleid tot de radicale milieu- en klimaatdoelstelling die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen aankondigde in de Green Deal: van Europa het eerste klimaatneutrale continent maken, tegen 2050. In het boek leggen Delbeke en een aantal co-auteurs uit hoe het Europese beleid gegroeid is. De boodschap is dat geen enkele maatregel op zichzelf de uitstoot van broeikasgassen omlaag kan halen. Het is de samenwerking van het beleid op alle niveaus en in alle sectoren die de enige garantie is op succes. 

Ondanks het feit dat er heel wat verwarring gezaaid wordt en een aantal spelers de discussie over de al dan niet door de mens veroorzaakte klimaatopwarming blijven opstoken, is het vanuit wetenschappelijk oogpunt duidelijk: sinds het begin van de temperatuurmetingen – 1750 à 1800, al naargelang het land – liggen de hoogst gemeten temperaturen allemaal in de laatste twee decennia. “Het is werkelijk uit de hand gelopen vanaf de jaren 50”, zegt Jos Delbeke. “De feiten zijn duidelijk en de wetenschappelijke consensus over de klimaatopwarming is algemeen, wat men daarover ook beweert.”

Klimaatverandering moeten we volgens hem bekijken vanuit geologische tijdschalen. Delbeke: “De recente verandering van het wereldwijde klimaatsysteem is ongezien in de afgelopen 800.000 jaar. Momenteel bevinden we ons geologisch in het Holoceen. Normaal gezien, volgens de natuurlijke opwarmings- en afkoelingsperiodes op aarde, zou de planeet nu moeten afkoelen, maar de laatste honderd jaar is de temperatuurcurve plots omgeslagen, en dat versnelt de jongste decennia alleen maar. Er is wetenschappelijke eensgezindheid over het feit dat de temperatuursverhoging plaatsvindt sinds het verbranden van fossiele grondstoffen door de mens: steenkool, aardolie, aardgas … Daarbij maakt het niet uit waar de uitstoot plaatsvindt: de ophoping van broeikasgassen wordt verspreid over de hele atmosfeer. Als we niets doen, dan komen we aan een opwarming van 5°C tegen 2100. Dat voedt ecologische veranderingen waarbij het voor wetenschappers niet altijd duidelijk is wat er precies zal gebeuren.”

Tegenwoordig spreekt men dan ook over een nieuw geologisch tijdperk: het Anthropoceen. Jos Delbeke: “Hierin staat de mens centraal. Omdat we met zo veel zijn, beïnvloeden we zelf de klimaattijdperken. Rond 1900 waren er 1 miljard mensen op aarde. Vandaag zijn er dat 6,5 miljard, in 2050 wordt het wellicht 10 miljard. Men is het erover eens dat de maximumgrens voor temperatuurstijging, ten opzichte van 1950, 2°C mag zijn. Daarboven worden onomkeerbare effecten op het klimaatsysteem en dus op het leven op aarde in gang gezet. En eigenlijk hebben we de ‘wetenschappelijke richtwaarde’ van 1,5 °C dan al opgetrokken. Vandaag zitten we aan 1,1 °C opwarming in vergelijking met zowat honderd jaar geleden. Alle indicaties wijzen erop dat de globale temperatuurcurves steeds verder afwijken van de ‘normale’ geologische cycli van afkoeling en opwarming.”


Er beweegt wat op de Noordpool

De grafieken over de spreiding van de uitstoot wereldwijd, maken Jos Delbeke ongerust: “Met een boutade zou je kunnen zeggen dat de huidige klimaatopwarming veroorzaakt is door de Westerse landen, maar de klimaatopwarming waarmee ons nageslacht te maken krijgt, zal veroorzaakt zijn door de vandaag opkomende industrielanden.” Zo steeg alleen al de uitstoot van China van 10% aan het einde van de vorige eeuw naar meer dan 1/3 van de wereldwijde uitstoot vandaag.

De zichtbare indicaties van de klimaatveranderingen zijn bijvoorbeeld de bosbranden in Australië en het smelten van gletsjers. Los van de ecologische catastrofe die dat betekent, zijn er ook miljoenen mensen wereldwijd afhankelijk van gletsjerwater voor drinkwatervoorziening.

“Op de Noordpool trekt het zomerijs steeds verder weg; op vele plekken is het al verdwenen. Dat zorgt voor geostrategische problemen: de Noordpool was vroeger quasi ondoordringbaar en onontginbaar. Vandaag liggen op 1.000 à 1.500 km daar vandaan verscheidene staten die de Noordpool wel kunnen ontginnen als het ijs verdwijnt: Canada, Alaska (VS), Groenland (Denemarken), IJsland, Noorwegen, Zweden of Rusland. De exploratie naar ertsen en fossiele brandstoffen is al begonnen. De bijzonder grote voorraad aan kostbare ertsen op de Noordpool zorgt vandaag ook al voor de militarisering van dat gebied, door verscheidene staten. Doordat de Noordpool een soort ‘niemandsland’ was, omdat niemand er economisch gebruik kon van maken, zijn er geen bindende afspraken over, waardoor verscheidene landen er intussen ‘hun vlag plantten’ en een stuk van het gebied opeisten. De eerste militaire basissen zijn een feit. Vandaag al bouwen China en Rusland er nieuwe havens, om de trafiek en de navigatie over de noordelijke zeeroute te beheersen.”

“Ook in Europa zullen de gevolgen van de klimaatverandering enorme economische en dus ook politieke en militaire consequenties hebben. Vruchtbare lager gelegen gebieden zoals grote delen van Nederland en Oost- en West-Vlaanderen zullen onderlopen als de zeespiegel met 30 à 50 cm stijgt tegen het einde van deze eeuw, wat de verwachting is. En dat gaat verder dan verlies van landbouwareaal. Grote industriële oppervlaktes rond belangrijke havens liggen immers in lager gelegen gebieden, in Antwerpen, Rotterdam, Duinkerke, Hamburg … Dat zorgt dan weer voor grote sociale veranderingen en mogelijk spanningen, denk aan interne migratie binnen onze landsgrenzen.”


Bevolkingsgroei

“De bevolkingsgroei, gekoppeld aan het economisch groeimodel met de facto meer vervuiling, staat haaks op het humanistisch ideaal dat iedereen evenveel rechten heeft, en op z’n minst op een redelijke levensstandaard. Dat ideaal is beleidsmatig vertaald in de SDG’s  of Sustainable Development Goals van de VN. Iedereen op het huidige Westerse leefniveau brengen is feitelijk niet mogelijk. Alleen al de energievraag zou dan tegen 2030 toenemen met 40% ten opzichte van vandaag. Een gelijkaardig verhaal geldt voor waterverbruik en voedselproductie, bouw en infrastructuur en landinname voor stedelijke uitbreiding. Vermoedelijk zal 80% van de mensen tegen 2050 in steden wonen. Dat vergt enorme veranderingen op vlak van transport, infrastructuur, urbanisatie … We spreken wat dat laatste betreft niet over kleine steden zoals we die in Vlaanderen kennen, maar over reusachtige steden van 30 à 40 miljoen en meer mensen.”

“Wat er dus in elk geval moet gebeuren: produceren met véél minder milieu-impact én ons consumptiegedrag aanpassen. Met andere woorden: technologische innovaties en gedragswijziging. Het alternatief van een andere bevolkingspolitiek, die leidt tot minder mensen op aarde, kun je echter moeilijk verkocht krijgen in bijvoorbeeld Afrika of India”, aldus Delbeke.


Conventies, protocollen en akkoorden

In Rio de Janeiro werd in 1992 een eerste Klimaatverdrag afgesloten. “Dat bevatte nogal veel wollige taal”, meent Jos Delbeke. Het daaropvolgende Kyoto-protocol van 1997 stond nog in het teken van een intussen achterhaalde indeling in ‘rijke industrielanden’ en ‘arme ontwikkelingslanden’. Dat omvatte echter maar 12% van de uitstoot aan broeikasgassen van vandaag: de sinds de eeuwwisseling in 2000 bijzonder snel ontwikkelende industriestaten, moesten onder het Kyoto-protocol immers niets doen. Intussen is de wereldwijde uitstoot zo massaal toegenomen, dat we niet anders kunnen dan wereldwijd met zo veel mogelijk staten samenwerken. Delbeke: “Door het Parijs-akkoord van 2015 is 98% van de landen gedekt, zij het dat Trump roet in het eten gooit. Dankzij diplomatie en wat druk op de handelsvoorwaarden, is Europa erin geslaagd om andere, twijfelende landen, zoals Brazilië en Indonesië, te weerhouden om het voorbeeld van de VS te volgen. Met de duidelijke taal die Ursula von der Leyen enkele weken geleden in Davos sprak aan het adres van de VS, zit er mogelijk een handelsconflict met als inzet ‘respect voor de klimaatakkoorden van Parijs’ aan te komen.”

Elk land dat het Parijs-akkoord ratificeerde, heeft een klimaatplan moeten opmaken. En volgens Jos Delbeke hebben die klimaatplannen wel degelijk effect. De uitvoering ervan heeft de verwachte opwarming momenteel beperkt tot 3,2°C. Om aan de gewenste norm van 2°C en nog liever 1,5°C te geraken, moeten we dus een tandje bijsteken. “Dat is precies wat de EU doet met de Green Deal, en ze wil de rest van de wereld daarin meetrekken. We buigen wel af, maar we moeten nog veel radicalere maatregelen nemen”, zegt Delbeke.


Europa

“De impact van de Green Deal van de Europese Commissie gaat verder dan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De deal zal leiden tot een fundamentele transformatie van onze maatschappij.”

“De inspanningen die Europa leverde tussen 1990 en 2005 hebben niet zo veel zoden aan de dijk gebracht. Maar sindsdien verminderen we onze uitstoot elk jaar met 1,5%. De Green Deal wil de inspanningen verdubbelen en aan een jaarlijkse daling van 2,5% geraken. Idealiter zouden we 90% minder uitstoot moeten realiseren. Voor sommige energie-intensieve industriesectoren – bijvoorbeeld de productie van cement of staal, de chemische sector en de landbouwsector – wordt dat technologisch een zeer radicale aanpassing. Bedrijven zijn  vandaag dan ook bezig met de ontwikkeling van alternatieven voor de uitstoot van fossiele brandstoffen. En de Green Deal zorgt voor een beleidskader dat voor die bedrijven duidelijkheid brengt over de langere termijn. Tot 2030 zal de Europese Investeringsbank dan ook 1.000 miljard euro extra inzetten voor klimaatinvesteringen. De EU neemt ook maatregelen en voorziet fondsen voor een ‘just transition’: ervoor zorgen dat mensen die uit de boot vallen door het klimaatbeleid – bijvoorbeeld mijnwerkers en doelgroepen van protestbewegingen zoals de ‘gilets jaunes’ – andere jobs en alternatieven krijgen. De Green Deal bevat een enorm transitieprogramma voor de komende vijf jaar, waarin alle beleidsdomeinen onder de loep genomen worden. Bovendien gaat het niet enkel over een engagement van de EU-lidstaten, maar van het hele Europese continent, inclusief Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Groot-Brittannië.”

Europa heeft gefocust op drie grote beleidslijnen. “Ten eerste het systeem van emissiehandel. Hierbij wordt een prijs gezet op de uitstoot van één ton CO2. Vandaag ligt die op zowat 25 euro per ton. Dit systeem is in 2005 opgestart. In 2018 zaten we aan een daling van 29% ten opzichte van 2005, door die prijszetting. Bedrijven die te veel CO2-certificaten kochten, en dus minder uitgestoten hebben dan hetgeen ze ‘mochten’ uitstoten, kunnen die certificaten doorverkopen aan andere bedrijven, die meer uitstoten dan waar ze ‘recht’ op hebben. Deze  handel dekt ongeveer de helft van de uitstoot van broeikasgassen in Europa. Daardoor is bijvoorbeeld de productie van elektriciteit uit steenkool veel duurder geworden dan elektriciteit uit gas of hernieuwbare energie.”

“Ten tweede: de energieopwekking uit hernieuwbare bronnen. In 2006 was die goed voor minder dan 10% van de energieopwekking in Europa. Daarvan was zowat 80% afkomstig uit waterkrachtcentrales. Een richtlijn stelde intussen dat tegen 2020 minstens 20% van de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen, verschillend verdeeld over de lidstaten. Voor België is dat 13%. Intussen zijn de richtwaarden opgetrokken en moeten we tegen 2030 minimaal 30% hernieuwbare energie voorzien. Door die EU-maatregel is er interesse vanuit de industrie ontstaan en de kosten zijn door schaalvergroting gedaald. Energieproducenten die niet tijdig mee waren met productie uit hernieuwbare bronnen, hebben veel marktaandeel verloren.”

“Ten derde is er de aanscherping van de normen rond energie-efficiëntie. Zo heeft de EU de uitstootnormen voor auto’s verstrengd. Niet alleen om het broeikaseffect te milderen, maar ook om de Europese autoindustrie te sturen in de richting van de ‘auto van de toekomst’. Niet elke sector kan Europawijd aangepakt worden. De mobiliteit en de bouwsector zijn in zowat elke lidstaat anders georganiseerd. Vandaar dat de Europese Commissie voor verschillende lidstaten andere taken oplegt. Het verschil is verdeeld volgens de rijkdom van de betrokken lidstaat. België moet bijvoorbeeld 35% minder uitstoten, Duitsland 38%, Zweden en Luxemburg 40%. Armere lidstaten zoals Bulgarije en Roemenië moeten geen  daling realiseren.”


België en Vlaanderen

Tegen 2020 had ons land 15% emissiereductie moeten leveren. “We hebben nauwelijks 12% behaald. Op alle relevante sectoren scoren we slecht. Alleen op vlak van emissiehandel doen we het beter. België is er bovendien niet in geslaagd om een plan te maken waarbij onze EU-doelstelling van 35% emissiedaling tegen 2030 waargemaakt wordt. Nochtans heeft België deze Europese en dus dwingende wetgeving mee goedgekeurd. Erger: volgens de Green Deal moet België naar 45% minder uitstoot. Door een gebrek aan ambitieuze doelstellingen en ondersteuningsmaatregelen vanuit een toekomstgericht beleid, wordt het uitermate moeilijk voor onze industrie om de noodzakelijke drastische ommezwaai te realiseren. In het Brussels en Waals Gewest is de boodschap intussen doorgedrongen in regeringskringen. In Vlaanderen nog niet.”

“Lidstaten die niet voldoen aan de emissiedoelstellingen, zullen verplicht worden om emissierechten te kopen van landen die een overschot hebben. Commissaris Frans Timmermans heeft al aangekondigd dat hij de ingediende plannen zal laten beoordelen en een ‘name and shame’-politiek zal voeren, zoals Europa ook doet bij de controle op de begrotingen van de lidstaten.”


Just transition

Jos Delbeke vindt dat de ‘klimaatjongeren’ een belangrijk aandachtspunt op de agenda gezet hebben: climate justice. “De klimaatopwarming die we vandaag kennen, is veroorzaakt door de Westerse industriestaten en dus is het logisch dat zij de grootste inspanningen inzake emissies nu moeten leveren. Onze ‘schuld aflossen’ betekent echter niet dat we voor de geleden schade zouden moeten betalen. Wel dat we als laboratorium voor innovatie en CO2-arme technologie moeten functioneren en die kennis moeten delen met de rest van de wereld. Innovatie is cruciaal, maar moet leiden tot investeringen die jobs in nieuwe sectoren aantrekken.”


De recente bosbranden in Australië zijn volgens Delbeke niet meer dan de oogst van wat we zaaiden. (Foto: Pixabay)

Jos Delbeke

Jos Delbeke is bij het brede publiek bekend als klimaatexpert of klimaatonderhandelaar. Na een doctoraat aan de KU Leuven in de economische wetenschappen, werkte hij voor het IMF in Washington. In 1986 stapte hij over naar de Europese Commissie. Eerst op het Directoraat-generaal Sociale Zaken, later op het Directoraat-generaal Milieu, waar hij mee aan de basis lag voor de regelgeving voor het op de markt brengen van chemische stoffen (REACH), het Kyoto-protocol en de handel in CO2-uitstootrechten.

In 1999 nam hij als Europees hoofdonderhandelaar deel aan de vergaderingen van het UNFCCC (United Nations Framework Climate Convention on Climate Change). Van 2010 tot februari 2018 was hij de eerste Directeur-generaal Klimaat van de Europese Commissie, toen dat departement een aparte afdeling naast het Directoraat-generaal Milieu werd.

Vandaag doceert hij aan de KU Leuven en aan het European University Institute in Firenze.

LEUC & Leuven 2030

De lezing van Jos Delbeke werd georganiseerd door LEUC en Leuven 2030.

LEUC (Leuven-Europa Club) is een vereniging van Leuvense burgers die in een Europese instelling werken of er gewerkt hebben. LEUC promoot de Europese gedachte en wil netwerking en interactie tussen de EU en actoren in de Leuvense regio promoten.

Leuven 2030 is een coalitie van de stad, bedrijven, de universiteit, middenveldorganisaties en inwoners die de klimaattransitie op Leuvens niveau waarmaakt via verscheidene concrete plannen, acties en realisaties.

Thema’s uit de vragenronde

Zeldzame grondstoffen

Er is een probleem van massale ontginning van nieuwe en soms zeldzame grondstoffen. Dat is echter de aard van de technologische vooruitgang. Innovatie is vaak gebaseerd op de toepassing van nieuwe grondstoffen. Die moeten we zo verantwoord en rationeel mogelijk ontginnen. De toepassing van nieuwe materialen onmogelijk maken, beknot vaak de technologische vooruitgang. Daardoor zouden we bij de oude consumptiepatronen blijven.


Bredere ecologische voetafdruk

De milieuproblemen beperken tot de uitstoot van broeikasgassen is vrij eenzijdig. In feite zouden we de volledige ecologische voetafdruk van productie en consumptie moeten nagaan. Daarbij moeten we echter opletten om niet in een antihandelsdiscours terecht te komen, bijvoorbeeld door de import of export van goederen en grondstoffen aan banden te leggen omwille van de ecologische voetafdruk daarvan. Handel en handelsvoorwaarden zijn net een instrument dat je kunt gebruiken om naties onder druk te zetten om te doen wat gedaan moet worden op vlak van klimaatopwarming.


Fiscale maatregelen

De fiscaliteit afstemmen op klimaatdoelstellingen – zoals de invoering van een koolstoftaks – is zowat het moeilijkste wat je kunt wensen. Kijk naar de weerstand tegen het aanpakken van de salariswagens bij ons. Fiscaliteit is heel erg gebonden aan nationale en regionale gewoontes en regels. Jos Delbeke: “Ik heb me de laatste tien jaar van m’n carrière uitgesloofd om een Europese CO2-taks uit te werken. Dat is telkens gebotst op de verschillende nationale taksculturen. Zoiets invoeren op wereldvlak lijkt me dan ook helemaal onmogelijk.”


Kritiek op emissiehandel

Op het ETS-systeem is heel wat kritiek gekomen, bijvoorbeeld vanuit de milieubeweging. Het systeem staat immers toe dat vervuilende bedrijven zich ‘vrijkopen’ door te blijven vervuilen en ergens anders emissierechten te kopen. Die kritiek is ten dele terecht, maar dat belet niet dat daardoor de emissies in Europa globaal gedaald zijn. Je kunt ook niet van vandaag op morgen alle nog functionerende vervuilende installaties afbreken en vervangen door schone technologie. Het ETS-systeem heeft er wel voor gezorgd dat een aantal installaties versneld afgeschreven en vervangen werden. Als de uitstootnormen bovendien verstrengen, zoals de Europese Commissie nu gedecreteerd heeft, zal de prijs van de certificaten verhogen. Als bedrijven innovatief genoeg zijn om uitstoot te voorkomen, daalt de prijs weer. “Het mooie daaraan is dat niemand die prijzen zal moeten opleggen, maar dat de vraag- en aanbodmarkt dat reguleert. Wellicht zal de prijs voor een ton CO2-uitstoot binnen tien jaar dubbel zo hoog zijn als vandaag. En hoe hoger de prijs, hoe meer een bedrijf inspanningen zal leveren om de uitstoot te toen dalen”, concludeert Delbeke.


Luchtvaart

Transport is een sector die zeker aangepakt zou moeten worden. Jos Delbeke wijdde jarenlang tijd aan het voorstellen van CO2-taksen aan de luchtvaartsector, maar dat moet via internationale organisaties gebeuren. “In die internationale organisaties zijn we op zo’n koude douche getrakteerd, het leek er soms op dat we in een kolonialistisch dovemansgesprek terechtgekomen waren. De luchtvaartsector is ongeveer voor 40% in Amerikaanse, 40% in Europese en 10% in Chinese handen. De overige 10% zijn verdeeld over andere landen. Opkomende landen kijken naar Europa als een continent dat alles kan hebben: luchttransport aan bijzonder lage prijzen, de mogelijkheid om CO2-taks te betalen enzovoort. De ontwikkelende landen hebben die mogelijkheden niet en willen toch groeien in die sector. De luchtvaart en de maritieme sector zijn dan ook de enige sectoren die niet afgedekt zijn in het Parijs-akkoord.” Wat Jos Delbeke betreft, mag Europa best z’n tanden laten zien op dat vlak. “Bijvoorbeeld door te eisen dat elk vliegtuig dat in Europa vertrekt, een CO2-bijdrage moet betalen.”


Kernenergie

Wat kernenergie betreft zijn de investeringen in nieuwe centrales intussen zo duur en zo langdurig geworden, dat geen enkele private speler er nog in geïnteresseerd is, buiten een Franse groep die al een paar keer failliet gegaan is. Intussen wordt hernieuwbare energie steeds goedkoper. De vraag is wat je in tussentijd doet met de bestaande kerninstallaties die afgeschreven zijn: wat is de kost om die te onderhouden en nog een tijdlang te laten draaien tot we voldoende alternatieven hebben?

BELEID - Grondlegger Europees klimaatbeleid Jos Delbeke stelt boek voor:

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x