CIRCULAIRE ECONOMIE - Twee op drie circulaire bedrijven goed bestand tegen coronacrisis. Schade bij reguliere ondernemingen volgens zelfde enquête veel groter.

27 september 2020

CIRCULAIRE ECONOMIE - Twee op drie circulaire bedrijven goed bestand tegen coronacrisis. Schade bij reguliere ondernemingen volgens zelfde enquête veel groter.

We trappen een open deur in met de stelling dat de coronacrisis lelijk huis gehouden heeft in onze economie. Uit een enquête van Vlaanderen Circulair en VITO blijkt dat maar liefst 98% van de reguliere bedrijven ernstige problemen heeft ondervonden. Circulaire bedrijven deden het volgens dezelfde bevraging echter een pak minder slecht: twee derde van de circulaire bedrijven (66%) stelt dat het tijdens de COVID 19-crisis niet gehinderd werd door tekorten. Of hoe de circulaire economie tijdens onverwachte crisissen een doeltreffend vaccin blijkt te zijn.

Meer dan 540 bedrijven en organisaties en enkele overheidsinstanties vulden in mei en juni de enquête van Vlaanderen Circulair en het kenniscentrum VITO in. In de bevraging werd gepeild hoe bedrijven, overheden en non-profitorganisaties kijken naar de afgelopen maanden, de toekomst en de rol die in de relance is weggelegd voor de circulaire economie. De resultaten van de enquête werden tijdens het VITO Connect ronde tafel debat voorgelegd aan experts van essenscia vlaanderen, Agoria, Bond Beter Leefmilieu, VITO en Vlaanderen Circulair, die enkele duidelijke conclusies trokken. Er is duidelijk een draagvlak voor circulaire economie in Vlaanderen. Bedrijven, instellingen en de non-profitsector zijn er zich van bewust dat circulaire economie niet alleen een gunstig effect heeft op het milieu en het klimaat, maar bevestigen ook dat circulaire strategieën nieuwe tewerkstellingskansen creëren en onze economie minder afhankelijk maken van de (onzekere) import van grondstoffen.

Gevraagd naar de problemen waarmee ze tijdens de coronacrisis te kampen kregen, halen de bedrijven vooral tekorten aan grondstoffen en onderdelen aan, een verminderde vraag van klanten en moeilijkheden bij het vinden van financiering. Opvallend is dat twee op de drie bedrijven die een meer circulaire strategie toepassen, geen tekorten heeft ervaren. Bij de andere groep bedrijven bleek maar liefst 98% geconfronteerd te zijn met tekorten. Ergens is dat verschil logisch, aangezien circulaire bedrijven vooral inzetten op lokale toevoerketens en verminderd materiaalgebruik om hun producten en diensten te vervaardigen en tot bij de klant te brengen.

Meer circulair is meer crisisbestendig

Uit de enquête bleek dan ook dat de centrale succesfactoren van een circulaire economie meteen ook de factoren zijn die een bedrijf beter bestand maken tegen periodes van ernstige crisis. Die factoren zijn: lokaal en geconnecteerd zaken doen, creativiteit en samenwerking. 90% van de respondenten stelt dat de circulaire economie ons minder afhankelijk maakt van de (onzekere) import van grondstoffen omdat volop wordt ingezet op het hergebruik van, liefst initieel lokale, grondstoffen. Karl Vrancken, onderzoeksleider duurzaam materiaalbeheer bij VITO, vertelt daarover: “We moeten de balans maken tussen lokaal en internationaal. Circulaire economie focust op wat we lokaal hebben aan materialen, goederen en capaciteiten, maar het zal ook maar werken als we dat kunnen inzetten in een internationaal samenwerkingskader.”

Creativiteit als succesfactor van de circulaire economie moet, zo blijkt uit de bevraging, niet enkel worden gezocht op het technische vlak. Verbeteringen die een product meer circulair maken, zijn natuurlijk wenselijk, maar 8 op de 10 respondenten gelooft ook dat in de komende vijf jaar circulaire businessmodellen aan belang zullen winnen. Het bekendste voorbeeld van zo’n circulair businessmodel is natuurlijk het product as a service-principe. Daarmee wil men producenten niet langer alleen maar verantwoordelijk maken voor het leveren van materialen en producten, maar ook voor het terughalen ervan na gebruik. De producent verkoopt dus met andere woorden de dienst gelieerd aan het product en niet langer het product zelf. Dat product neemt hij na de levensduur ervan immers terug, zodat hij het opnieuw kan gebruiken, of op z’n minst delen ervan.

Zo koop je bijvoorbeeld niet langer stoelen, maar zituren. In plaats van armaturen koop je licht, in plaats van een boiler warmte enzovoort. Het systeem is zowel voor de producent als de klant economisch interessanter dan de huidige wegwerpeconomie. De klant hoeft niet te investeren in de installatie, de producent slaat twee vliegen in één klap. Om te beginnen zal hij een langdurige stroom aan inkomsten genereren door de gebruiker van het product – of de dienst dus eigenlijk – maandelijks een bedrag te laten betalen voor het gebruik. De tweede vlieg: omdat het product van de producent blijft, heeft die er ook alle baat bij het product zo duurzaam mogelijk te maken.

Zo dient hij geen herstellingen uit te voeren tijdens de duur van het contract – iets waar hij wel garant voor staat – en kan hij het product of delen ervan later hergebruiken. De producent kan trouwens om organisatorische en boekhoudkundige redenen het produceren en leveren van een product als dienst in twee aparte juridische entiteiten onderbrengen, waarbij het ene bedrijf als vanouds produceert en het andere de producten uitzet en beheert, wat economische nog interessanter is. Nauw verbonden met product as a service, zijn materialenpaspoorten. Als we onderdelen van gebouwen opnieuw willen gebruiken, is het belangrijk dat we goed weten welke herbruikbare materialen en producten allemaal in het gebouw verwerkt zitten. Vandaag krijgen die onderdelen daarom steeds vaker een materialenpaspoort om zo hun terugname en hergebruik te faciliteren. “Opvallend veel bedrijven kwamen tijdens de lockdown bij ons terecht om hun businessmodel te herdenken”, aldus Brigitte Mouligneau, transitiemanager circulaire economie bij Vlaanderen Circulair. Van de respondenten is 87% overtuigd dat circulaire economie tot meer samenwerking tussen bedrijven leidt, wat het bedrijf sterker maakt tijdens crisisperiodes. “Ik heb in de crisis veel interessante samenwerkingen zien ontstaan”, vertelt Franck Beckx, managing director bij essenscia vlaanderen. “Bijvoorbeeld tussen voedingsbedrijven die alcohol leveren aan de farmaceutische of chemiesector om hier in België een handgelproductie op te starten. Ik hoop dat dat soort samenwerkingen in onze economie blijvend zullen zijn.”

 

Oproep aan overheid 

De resultaten van de enquête en de conclusies uit de rondetafelgesprekken op basis van de bevraging hebben vooral aangetoond dat duurzaamheid en veerkracht onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Vrancken: “We wilden met dit project de relatie onderzoeken tussen circulaire economie en de prestaties van bedrijven in een plotse crisis, hun veerkracht dus. Als duurzaamheid ons langetermijndoel is, is circulaire economie een middel om dat te bereiken. We zijn echter niets met een circulaire economie als alle circulaire initiatieven bij de minste kink in de kabel over de kop gaan. Onze weg naar duurzaamheid is liefst economisch robuust. Daarom is het hoopgevend te zien dat bedrijven die meer circulaire strategieën toepassen, ook minder tekorten ervaren en meer veerkracht rapporteren.” Mouligneau vult aan: “We leren uit deze enquête en de rondetafelgesprekken dat er nog meer nood is aan een eenduidig en stimulerend beleidskader, ondersteuning en overheidsinvesteringen in de circulaire economie.”

Meer info over de enquête: https://vlaanderen-circulair.be/src/Frontend/ Files/userfiles/files/Dossier%20Veerkracht.pdf

Meer info over de rondetafelgesprekken: https://vito.be/nl/circulaire-economie-0



CIRCULAIRE ECONOMIE - Twee op drie circulaire bedrijven goed bestand tegen coronacrisis. Schade bij reguliere ondernemingen volgens zelfde enquête veel groter.
keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x