DUURZAME LANDBOUW een stand van zaken

20 maart 2018

Verduurzaming lokale landbouw en voeding

Keuze voor geleidelijke verandering gerechtvaardigd?


Op 8 maart organiseerde het platform ‘De voedingsketen verduurzaamt’ een inspiratie-event rond de verduurzaming van de voeding in België. Diezelfde dag brak het zoveelste schandaal in de voedingsketen uit. Dit keer was vleesbedrijf Veviba uit Bastogne de boosdoener. Net nu zowel landbouw als voedingsindustrie eindelijk beginnen te beseffen dat ze open en eerlijk moeten communiceren over hun positieve projecten, worden deze initiatieven in snelheid gepakt door de steeds weer opduikende schandalen.

De benadering van de initiatiefnemers ABS, Boerenbond, BFA, Comeos, Fevia, Ilvo, Vlaanderen, Rikolto en Unizo klinkt als volgt: de transformatie naar meer duurzaamheid moet geleidelijk verlopen, met oog voor de niches en gedragen door de hele keten, rekening houdend met de ecologische, sociale en economische draagkracht. Deze aanpak komt in de huidige storm als te voorzichtig over. Maar goed, ecoTips ging toch luisteren welke duurzame initiatieven er de laatste jaren genomen zijn.


Het platform is al sinds 2013 actief. Na een studieperiode gingen verschillende ‘action labs’ van start. Dat zijn praktijkgerichte experimenten die moeten voldoen aan vier criteria: ze moeten ketenoverspannend zijn, meerdere schakels verduurzamen, een concreet resultaat binnen de twee jaar tonen en impact hebben. In ruil daarvoor krijgen ze gedeeltelijke financiering.


Belgisch biobrood

“Hoewel er van oudsher gezegd wordt dat we in Vlaanderen geen biologische bakgranen kunnen telen omdat het hier te vochtig en te koud is, wilden wij aantonen dat het toch kan. We wilden een bakgraan maken dat voldoende eiwit bevat en niet schimmelgevoelig is.” Aan het woord is Paul Verbeke van Bioforum. Samen met vier productiepartners, Bioplanet en Inagro, werkten zij in dit ‘action lab’. “Wij vinden dat biologische bakgranen hun plaats in de vruchtafwisseling hebben, naast maïs en grasklaver. Het is een rustgewas en het groeit dicht bij elkaar zodat onkruid weinig kans heeft. Bovendien is er vanuit de bio-consument vraag naar regionaal bakgraan. In Wallonië is er al langer een coöperatie actief: Agribio uit Havelange; dus waarom niet in Vlaanderen?”

In het project werden verscheidene rassenproeven gedaan om de juiste variëteiten te kunnen selecteren. “Maar omdat 2017, ons eerste oogstjaar, een vrij droog jaar was, zagen we weinig verschil in het resultaat van de verschillende rassen. Gemiddeld haalden we 6,1 ton per hectare met een eiwitgehalte van 11,2%, een mooi resultaat dus.”

In het ‘action lab’ werd ook gekeken naar alternatieve afzet. “Niet elke partij voldoet aan de eisen voor bakgraan. Daarom keken we naar andere afzetmarkten. Die vonden we bij de producenten van biologisch veevoeder maar ook bij bedrijven die wafels, pannenkoeken en speculoos maken.”

De deelnemers in het project waren alleszins positief. “Ondertussen hebben we al nieuwe partners mogen verwelkomen. Zo kregen we de vraag om biologische gerst te telen als brouwgerst voor een biologisch bier. En ook het areaal is gestegen: van 5 hectare bij de start, zitten we nu al aan 50 hectare. Maar we willen in de toekomst nog meer landbouwers motiveren.”

Verder bracht het project aan het licht dat akkerbouwers doorgaans weinig zicht hebben op de prijsvorming van hun product op de markt. Een marktinformatiebulletin is dus nodig om hen hierin op te leiden.

“Uiteraard besteden we veel aandacht aan de communicatie van ons product,” eindigt Paul Verbeke. “Via de Bioforum campagne rond biologisch brood, hebben we ons product in de kijker kunnen zetten. Maar ook communiceren in de keten is belangrijk.”


100% Belgische visburger

Een ander interessant ‘action lab’ wil een 100% Belgische visburger op de markt brengen, op basis van vis die op de veiling geen minimumprijs krijgt en dus niet op de markt komt. Daarnaast worden er nogal wat bij ons onbekende vissoorten aan land gebracht als bijvangst. Als consument lusten we deze blijkbaar niet als afzonderlijke soort. Maar in bereide vorm zijn er mogelijkheden. Op die manier wordt het aandeel onverkochte vis op de veilingen sterk gereduceerd. Vroeger ging deze onverkochte vis naar de vismeelproductie of naar kattenvoer. Nu is er dus kans op een nieuwe afzetmarkt.

Fishlabs: Naast de gegeerde vissoorten komen er verschillende bijvangstsoorten binnen in de visveiling zoals steenbolk, rode poon en heek. Deze vinden hun afzet niet altijd en worden dan verwerkt als vismeel en in kattenvoeder. Met de 100% Belgische visburger is er nu ook een hoogwaardig maar nog kleinschalig alternatief. (beeld: Maarten Du Bois)

“Er zijn nog wel een aantal klippen te omzeilen,” benadrukt Maarten Du Bois van Fishlabs. “De juiste textuur van de burger vinden, is een hele uitdaging. De burger mag niet uit elkaar vallen maar hij mag ook niet te hard kleven. De arbeidskost is ook nog altijd zwaar, zelfs met de inschakeling van de sociale economie. En we zijn afhankelijk van het weer. Als het stormt, hebben we geen vis en dus ook geen visburger.”

Fishlabs: De juiste mengeling van vissoorten voor de visburger vinden, was niet eenvoudig: niet te plakkering van textuur maar ook niet te los (Beeld: Maarten Du Bois)

Het initiatief won wel al enkele awards en heeft toekomst. “We willen ons focussen op scholen, zorginstellingen, rust- en verzorgingstehuizen en de overheid,” eindigt De Bois.


Soja van hier

We worden met zijn allen aangespoord om minder vlees te eten. Eén van de producten die vaak als vleesvervanger gebruikt wordt, is soja. Maar soja wordt niet lokaal geteeld en is bovendien niet altijd GGO-vrij, wat de duurzaamheid niet ten goede komt. Europa is sterk afhankelijk van ingevoerde soja. Dat inspireerde Aveve, samen met Alpro, een aantal landbouwers en ILVO om te proberen lokaal GGO-vrije soja te telen.

Toon Kerkhofs van Aveve zaden legt uit: “We wilden in 2017 50 hectare soja telen. In 2018 zullen we rond de 70 hectare zitten. ILVO gaf advies over de rassen die teelttechnisch haalbaar zijn in onze gebieden. Aveve verkocht de zaden aan de landbouwer en kocht de sojabonen terug waarna deze gedroogd werden tot een vochtpercentage tussen de 11,5% en de 13%. Alpro is de afnemer van de bonen en verwerkt ze in zijn producten.”

(Beeld: Toon Kerkhofs)

Er werd in mei gezaaid en in september tot oktober geoogst. De opbrengst per hectare was zo’n 3 ton (omgerekend naar 13% vochtgehalte). “Dat moet hoger om economisch rendabel te zijn voor de landbouwers,” geeft Kerkhofs toe. “En ook het eiwitgehalte was niet optimaal: we landden rond de 39% en dit moet voor Alpro minstens 42% zijn om te mogen leveren. We zullen dus nog moeten sleutelen aan de rassenkeuze. Ook de wetgever heeft nog werk te doen. Soja is een nieuwe teelt in België, wat betekent dat een aantal bestrijdings- en behandelingsmiddelen niet erkend zijn om te gebruiken op dit gewas. De erkenningen moeten dus aangepast worden wanneer deze teelt echt ingang vindt. Ondanks de werkpunten, geloven wij er alvast in.”

We worden aangespoord om minder vlees te eten maar de vervangende soja komt van ver en is bovendien niet GGO-vrij. Dat bracht de deelnemers aan dit ‘action lab’ op het idee om ‘soja van hier’ te produceren. (Beeld: Toon Kerkhofs)

Tot slot

Er werden nog andere ‘action labs’ voorgesteld, zoals deze van FoodSavers rond de valorisatie van voedseloverschotten uit de retail, en een project dat antibioticagebruik reduceert in de varkenshouderij.

Het is alleszins toe te juichen dat de nationale landbouw- en voedingsketen niet stilzit en naar duurzame oplossingen zoekt. Maar een grootschaliger aanpak en de moed om wat drastischer stappen te nemen, mét oog voor de economische leefbaarheid, zouden waarschijnlijk meer (duurzame) vruchten afwerpen.

Tekst: Hilde De Wachter

DUURZAME LANDBOUW een stand van zaken

Meer items
Webdesign by

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x