ECOKNOWLEDGE - 1993-2020: Van milieucharter naar charter duurzaam ondernemen

23 juni 2020

ECOKNOWLEDGE - 1993-2020: Van milieucharter naar charter duurzaam ondernemen

Van bij de opstart van de Charter 99 Milieuverklaring in 1993 kon dit initiatief van Charter 99 en de GOM West-Vlaanderen rekenen op een sterke interesse uit het bedrijfsleven en op de steun van de provinciale en Vlaamse milieuadministraties. Om in te spelen op de bedrijfsdynamiek en de snel evoluerende milieuwetgeving en maatschappelijke trends werd het charter regelmatig geactualiseerd en evolueerde het van een milieucharter naar een duurzaamheidscharter. In totaal ondertekenden sinds 1993 reeds 241 West-Vlaamse bedrijven één of meerdere van deze charters. In dezelfde periode werden door een onafhankelijke Evaluatiecommissie 925 jaarcertificaten uitgereikt aan deze bedrijven als honorering voor hun milieu- en duurzaamheidsbeleid dat met succes vertaald werd in vaak ambitieuze jaaractieplannen. Door communicatie en bereidheid tot ervaringsuitwisselingen van de charterbedrijven werden vele succesrijke acties ook gemultipliceerd door andere bedrijven en ontstond een breed netwerk van proactieve en gedreven milieu- en duurzaamheidsactoren in de regio.  

Grafiek: Evolutie van het aantal laureaten van de jaarcyclussen van de diverse West-Vlaamse Charterinitiatieven. Paars: Charter 99 Milieuverklaring, groen: West-Vlaams Milieucharter, blauw: West-Vlaams charter Duurzaam Ondernemen, oranje: VOKA-charter Duurzaam Ondernemen

Philippe Tavernier: “Het is een aanbeveling om in de toekomst opnieuw meer aandacht te besteden aan de verduurzaming van bedrijfsprocessen en producten/diensten en van het bedrijfsmanagement zelf. De economische pijler van duurzaamheid mag niet uit het oog verloren worden.” 

Mijlpalen in de West-Vlaamse Charterhistoriek

1993: lancering van de Charter 99 Milieuverklaring

Op 17 september 1993 lanceerden Charter 99 en GOM West-Vlaanderen  in Roeselare in aanwezigheid van Norbert De Batselier, toenmalig Vlaams Minister voor Huisvesting en Leefmilieu, de Charter 99 Milieuverklaring. Tijdens de Academische Zitting ondertekenden 20 bedrijven uit Zuidwest-Vlaanderen dit vrijwillig maar ambitieus milieuengagement dat hen via 10 thema’s aanzette om proactief te werken aan een milieubeleid dat verderging dan wettelijk opgelegde verplichtingen en hieromtrent te communiceren en ervaringen uit te wisselen.

Via 10 thema’s werden accenten gelegd op regionale milieuproblemen zoals de grondwaterproblematiek, waarbij zowel kwantiteits- als kwaliteitsproblemen op termijn werden gevreesd, het gebrek aan industriële ruimte dat uitbreiding van bedrijven hypothekeerde, het gebrek aan verwijderingsmogelijkheden voor afval en de vrees voor niet realiseerbare afvalwaterlozingsvoorwaarden voortvloeiend uit het overheidsbeleid dat afkoppeling van industriële lozing op riolering nastreefde en tegelijk basiskwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater wenste te realiseren. Thema’s zoals verpakkingsreductie en rationeel energiegebruik waren in 1993 ook innovatief.

Tevens speelde het Charter in op de Europese Verordening betreffende de vrijwillige deelname van industriële bedrijven aan een communautair milieubeheer en -auditsysteem (EMAS) dat in 1993 werd gepubliceerd, maar pas in 1995 in Vlaamse reglementering werd omgezet via het decreet Bedrijfsinterne Milieuzorg. Het opstellen van een milieubeleidsverklaring en een actieprogramma, het invoeren van goede beheerspraktijken zoals afval- en emissiepreventie, het gebruik van schone technologieën en communicatie werden opgenomen in de milieuverklaring. Ook de jaarrapportering, het aanduiden van een milieuverantwoordelijke en de externe audit had links met EMAS.

 
1997: naar een pragmatisch zorgsysteem

Om het pionierkarakter van de Milieuverklaring te blijven garanderen werd in 1997, in overleg met de deelnemende bedrijven, een grondige wijziging aan inhoud en methodiek doorgevoerd.

Vooreerst werd de Milieuverklaring aangepast aan evoluties in de milieuwetgeving. In de periode 1993 - 1997 werden bedrijven geconfronteerd met een resem nieuwe decreten en uitvoeringsbesluiten zoals Vlarem II, het Bodemsaneringsdecreet, het vernieuwde Afvalstoffendecreet, het decreet Bedrijfsinterne Milieuzorg en het Interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval.

In 1996 werd ISO 14001 gelanceerd waarop werd geanticipeerd door de Milieuverklaring als een pragmatisch milieuzorgsysteem uit te werken zodat het Charter een optimale tussenstap naar het invoeren van een gecertificeerd milieuzorgsysteem kon betekenen.

Milieuvriendelijkheid van product en proces, opmaak van noodprocedures om bij calamiteiten de impact op milieu en omgeving te beperken, voorkomen van bodemverontreiniging en reductie van verkeerslast werden nieuwe thema’s.

Het evaluatieaccent werd verlegd van nieuwe investeringen naar een beoordeling van het algemeen milieubeleid met als pijlers: het streven naar continue verbetering, "meten is weten", preventie in plaats van end-of-pipe maatregelen en milieucommunicatie zowel intern/extern én met alle stakeholders.

 
1999 – 2002 : Presti 4 als opstap naar een Vlaams Charter 

Het West-Vlaams charter kende in 1996 navolging in Limburg en in 1997 in Oost-Vlaanderen. Deze 3 charterinitiatieven gaven aanleiding tot het vierde Preventiestimulerend Programma PRESTI-4 dat eind 1998 werd goedgekeurd door de Vlaamse regering. Doel van PRESTI-4 was “het aanzetten van bedrijven tot continue verbetering van de milieuprestaties door acties te plannen en uit te voeren. De acties dienden daarbij een aanzet te zijn tot invoering van een gestandaardiseerd bedrijfsintern milieuzorgsysteem”. Dit programma werd beheerd door de OVAM. Het besluit voorzag ook in de oprichting van een Milieuchartergroep om inhoudelijke ontwikkelingen en onderlinge afstemming te bevorderen en om gezamenlijke initiatieven op te zetten rond communicatie, rapportering en ervaringsuitwisseling voor het hele Vlaamse Gewest.

De goedkeuring van Presti-4 creëerde een officieel kader en een overkoepelende subsidieregeling voor de uitbouw van de lopende charterinitiatieven en gaf de aanzet tot initiatieven in Antwerpen en Vlaams-Brabant. Onder impuls van de milieuchartergroep werd in 1999 gekozen voor een uniforme naam en werd in elke provincie het “Milieucharter” de officiële naam. Als gezamenlijk communicatie-initiatief werd in 2000 het boek “Bedrijvig in Milieuzorg “ uitgebracht onder redactie van Guido Redant, redacteur van het tijdschrift ecoTips. Dit boek rapporteerde 57 inspirerende preventiemaatregelen, gerealiseerd door bedrijven in het kader van hun charterdeelname. Op de milieutechnologiebeurs Ifest 2002 leidde de samenwerking van de Charterinitiatiefnemers en OVAM tot de presentatie van 3 imposante AEP-eilanden rond de thema’s “Water”, “Lucht” en “Afvalbeheer”. Op elk eiland werden 15 succesrijke milieumaatregelen, van “Charterbedrijven” voorgesteld.

Met het einde van het Presti-4 programma eind 2002 werd ook de samenwerking tussen de 5 provinciale initiatieven beëindigd .


2008 : transitie naar het West-Vlaams Charter Duurzaam Ondernemen 

Sinds de start in 1993 werd met de deelnemers  regelmatig overlegd om het charterinitiatief continu af te stemmen op nieuwe uitdagingen en opportuniteiten voor de bedrijfswereld. In 2006 werd de eerste stap richting duurzaam ondernemen gezet met de lancering van het ‘West-Vlaams Milieucharter, een duurzaamheidscharter’ specifiek voor de dienstensector. Op basis van de positieve ervaringen werd reeds in 2007 het Milieucharter voor de productiesector herwerkt tot een duurzaamheidscharter met 6 nieuwe beleidsprincipes en 10 aangepaste thema’s.

Uitgangsprincipe van het West-Vlaams Charter Duurzaam ondernemen is het vrijwillig streven naar continue verbetering op bedrijfs- en maatschappelijk vlak door systematisch economische, milieu en sociale overwegingen - de drie P’s (People – Planet – Profit) - op een geïntegreerde en coherente manier in de bedrijfsvoering te integreren. Communicatie en dialoog met alle relevante stakeholders maakten deel uit van dit proces.

“Mensvriendelijk ondernemen met oog voor veiligheid, ergonomie, opleiding en kwaliteit van de arbeid”, “diversiteit”, “werknemersbetrokkenheid”, “duurzaam aankopen en investeren” en het “maatschappelijke engagement”, zowel internationaal als lokaal werden nieuwe thema’s. Milieuthema’s werden geherformuleerd met nu ook focus op ruimere risicobeheersing, ketenbeheer en klimaat terwijl het rationeel omgaan met energie, water en materialen evenals de mobiliteitsproblematiek hoofdaccenten bleven.

Het charter werd tevens gealigneerd met de ISO 26000 directive die toen in ontwikkeling was. Het zou echter nog tot 2010 duren voor deze directive officieel werd gepubliceerd. Het West-Vlaams Charter Duurzaam Ondernemen was één van de eerste “officieuze” zorgsystemen in Vlaanderen die bedrijven certificeerde voor hun duurzaamheidsbeleid.

Tijdens een academische zitting te Hooglede-Gits op 23 juni 2008 in aanwezigheid van Hilde Crevits, Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur ondertekenden 63 bedrijven het nieuwe West-Vlaams Charter Duurzaam OndernemenHierbij 43 bedrijven die reeds deelnamen aan het Milieucharter. Dat het nieuwe initiatief inspeelt op nieuwe uitdagingen voor het bedrijfsleven wordt geïllustreerd door het feit dat 20 nieuwe bedrijven bij de start het nieuwe Charter ondertekenden.


2017 : een Vlaamsbreed Voka Charter Duurzaam Ondernemen

Op 22 juni 2017 ontvingen 45 bedrijven en organisaties het jaarcertificaat 2017 van het “West-Vlaams Charter Duurzaam Ondernemen”, meteen het laatste West-Vlaams chartercertificaat dat werd uitgereikt. Op deze academische zitting werd het Voka Charter Duurzaam Ondernemen voorgesteld dat als opvolger vanaf de cyclus 2017-2018 van kracht werd. Het geldt als één chartersysteem voor duurzaam ondernemen op Vlaams niveau, waardoor alle deelnemende bedrijven in Vlaanderen voortaan voor dezelfde inhoud, methodiek en doelstellingen gaan. Voka nam de lead van de POM West-Vlaanderen over maar POM blijft zijn medewerking verlenen.

In het nieuwe concept worden de actieplannen afgestemd op de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Bedrijven die in drie opeenvolgende jaren in elk van de 17 categorieën een actie hebben gerealiseerd, ontvangen bovendien een bijkomend Unitar-certificaat (United Nations Institute for Training and Research) van CIFAL Flanders. Dit zal in de loop van 2020 worden toegekend.


Evoluties in het milieu- en duurzaamheidsbeleid bij Charterdeelnemers.

1993-1996

De pionierbedrijven in de aanvangsjaren van het charter kozen direct voor het “pollution prevention pays” in plaats van end-of-pipe oplossingen bij de uitwerking van hun actieplannen. Een kleine bloemlezing uit hun actieplannen levert , bijna dertig jaar later, ongetwijfeld voor veel bedrijven nu nog inspirerende uitdagingen en voorbeelden voor de uitbouw van een milieubeleid.

Inzake afvalreductie wordt unaniem gekozen voor preventie, recyclage en selectieve inzameling in plaats van storten of verbranden. Recuperatie van snijresten via verwerking in een nieuwe hoogwaardige producten  en recyclage-on-line op extrusielijnen waren andere gerealiseerde milieuacties.

De meest deelnemers opteerden voor de uitbouw van een eigen containerpark dat voldoet aan strenge milieu-eisen, ook voor inzameling van meerdere KGA-fractiesMilieuzorg op kantoor werd eveneens een populaire actie.

Het opstellen van water- en energiebalansen en het accuraat analyseren van meetgegevens werden bij veel bedrijven een jaarlijkse uitdaging om hun prestatie-indicatoren continu te verbeteren. Luisteren naar suggesties van de werkvloer en gewoon “good-housekeeping” leverde bij veel bedrijven belangrijke milieuwinst en economisch voordeel op.

Enkele bedrijven bekwamen via procesgeïntegreerde maatregelen, afvalwaterhergebruik en afvoer van reststromen naar gespecialiseerde verwerkers snel het “nullozer-statuut” voor afvalwater. Waterzuivering met hergebruik van het gezuiverd effluent voor minder kwaliteitseisende processen of voor voorbehandelingen werd de logica.

Veel bedrijven investeerden in het reduceren van het solventverbruik of de vervanging door watergedragen alternatieven. Enkele bedrijven opteerden voor een eigen solventrecyclinginstallatie.

Acties inzake verpakkingsreductie betroffen onder andere het gebruik van milieuvriendelijker verpakkingsmaterialen en van monomateriaalverpakkingen, intern hergebruik van verpakkingen, invoeren van statiegeld, introductie van de retourverpakking en -kisten, het beperken van de beschermende omverpakking tot enkel hoekstukken, de eliminatie van dubbele verpakkingen, reductie van het verpakkingsgewicht en de dikte van verpakkingsfolie en bevoorrading in bulk of het leveren van onverpakte goederen in overleg met de klant. Ook door herpalletisatie en aanpassing van omverpakkingen werden resultaten voorgelegd die ook impact hadden op een optimalere belading en reductie van transportbewegingen. 


1997-2008

Het bodemsaneringsdecreet zorgde vanaf 1997 voor een golf van investeringen in preventiemaatregelen tegen bodemverontreiniging: inkuipingen en lekbakken, beveiligde opslagkasten voor KGA, en nieuwe lokalen voor opslag van gevaarlijke producten waar de nieuwe afstandsregels werden nagevolgd.

Meerdere ondertekenaars opteerden nu voor integratie van een milieuzorgsysteem in het bestaande kwaliteitszorgsysteem.

Vanaf 2000 werden rationeel energiegebruik (REG) en milieucommunicatie de meest populaire thema’s. Bij rationeel energiegebruik werd veel geïnvesteerd in warmterecuperatie uit eigen processen, koelinstallaties, condensoren en compressoren voor verwarming van eigen lokalen en kantoren. Voor investeringen in relighting en het installeren van schemerschakelaars en timers op verlichting, evenals voor isolatie van leidingen en kranen worden korte terugverdientijden gerapporteerd. Piekbeheersing door installatie van condensatorbatterijen blijkt eveneens snel tot opbrengst te leiden.

Geleidelijk en na herhaalde aanbevelingen van de evaluatiecommissie groeide bij bedrijven ook het bewustzijn dat een goed beheer van het persluchtnetwerk belangrijke besparingen kan opleveren. Persluchtlekdetectie wordt deel van onderhoudsprogramma’s of van controleacties tijdens weekends of periodes van productiestilstand. Dit levert onmiddellijke terugverdientijden want een persluchtlek van 1 mm kost op jaarbasis minstens 250 euro aan energieverbruik. Voor een lek van 3 tot 5 mm loopt de jaarkost reeds op van 2.500 euro tot meer dan 7.500 euro .

Bij het thema water en afvalwater vinden procesgeïntegreerde maatregelen meer en meer ingang. Membraanfiltratietechnieken leiden tot steeds betere resultaten. Regenwateropvang en -gebruik worden standaard bij investeringen in nieuwe gebouweninfrastructuur.

Vanaf 2006 nemen Charterbedrijven massaal deel aan Vlaamse sensibilisatie-acties zoals Dikke Truiendag, Fietsen naar Kyoto, aan collectieve zwerfvuilopruimacties op bedrijventerreinen en aan opleidingen ecodriving.

PMD wordt een nieuwe selectief ingezamelde fractie in de kantooromgeving, in refters en op de werkvloer. Ook de eerste investeringen in zonnepanelen en windmolens vinden ingang vanaf 2006.

5S (scheiden, sorteren, schoonmaken, structureren en systematiseren) en ‘lean’ worden bij veel bedrijven ingevoerd als stapsgewijze methodiek voor optimaliseren van ‘orde en netheid’ op de werkvloer. Dit creëert bijkomende werkoppervlakte en zorgt voor tijdswinst en een toename van kwaliteit, arbeidsveiligheid, arbeidsvreugde, en productiviteit. Ook calamiteiten komen gemakkelijker in beeld.

Vastgesteld wordt dat meerdere bedrijven een samenwerking aangaan met beschutte werkplaatsen. Dit gebeurt via enclavewerking of het uitbesteden van onderaannemingen, maar ook voor het groenonderhoud worden nu bij veel bedrijven sociale economiebedrijven ingeschakeld .

 
2008-2017

Door het Charter duurzaam Ondernemen wordt in de actieplannen nu sterk de nadruk gelegd op mensvriendelijk ondernemen. Zelfsturende teams, diversiteitsplannen en acties rond ergonomie op de werkvloer en op kantoor, gezonde voeding en meer beweging en sport worden populair.

Het thema mobiliteit wordt sterker uitgewerkt met allerlei initiatieven om het fietsgebruik te stimuleren en om de vloot van bedrijfswagens duurzamer te maken.

Vanaf 2012 wordt maatschappelijk engagement als thema toegevoegd. Dit resulteert direct in acties ter ondersteuning van projecten in het zuiden, ondersteuning van het technisch onderwijs en van lokale economie.

De opname van Prebes in de evaluatiecommissie zorgt voor meer aandacht voor risicobeheersing wat eerst resulteert in heel wat knelpunten, maar snel gevolgd wordt door acties rond veiligheid op de werkvloer, dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, het systematisch opvolgen van keuringen en het houden van evacuatieoefeningen.

Bij communicatie maken veel bedrijven gebruik van een eigen mascotte en cartoons om hun medewerkers te sensibiliseren voor REG, afvalsortering, veiligheid, waterbesparing en duurzame mobiliteit. Qua externe communicatie vinden de sociale media ingang. Meerdere bedrijven voeren ook een duurzaamheidsrapportering in. Bedrijven met veel buitenlandse werknemers investeren in een cursus ‘Nederlands op de werkvloer’.

Ook biodiversiteit doet zijn intrede bij charterbedrijven: het inzaaien van bloemenweides, het plaatsen van insectenhotels, het voorzien van vogelkasten en het biodivers uitwerken van waterbekkens zijn nieuwe trends. Enkele charterbedrijven zullen ook de Green Deal biodiversiteit van de Vlaamse overheid ondertekenen.


Ervaringsuitwisseling en een breed charternetwerk

Om de vele positieve maatregelen en acties van Charterbedrijven ruimer te multipliceren werd van bij de aanvang door de GOM/POM West-Vlaanderen veel aandacht besteed aan communicatie en ervaringsuitwisseling. Zo werd vanaf 1994 16 jaar lang een Milieubeleidsclub georganiseerd voor milieucoördinatoren van deelnemende bedrijven die zes maal per jaar samenkwam om eigen ervaringen rond de uitwerking van nieuwe wetgeving, toepassing van good-housekeeping, betrokkenheid van de werkvloer, introductie van schone technologieën en geslaagde communicatie-initiatieven te delen. Vanaf 2010 organiseerde de POM jaarlijks minstens twee ervaringsuitwisselingsessies gekoppeld aan bedrijfsbezoeken, die nu voor alle deelnemers werden opengesteld. Charterbedrijven getuigden op vele seminaries, milieucontactdagen en infomomenten en namen een voortrekkersrol bij allerlei peterschapsprojecten en milieuopleidingen.

Succesrijke milieuacties werden tentoongesteld op diverse edities van de milieutechnologiebeurs IFEST via AEP- of Eco-efficientie-eilanden en voor de affichecampagne van OVAM “zijn eco-efficientie” stonden milieuverantwoordelijken van Charterbedrijven en hun realisaties model.

Interessante actiefiches werden opgenomen in ‘goede praktijken rubrieken’ op websites van OVAM en MVO-Vlaanderen en op de eigen charterwebsite. Zie nu ook : https://www.vcdo.be/goede-praktijken
Ook in het tijdschrift ecoTips werden regelmatig getuigenissen van Charterbedrijven opgenomen. In de periode 2007 -2011 verscheen jaarlijks een katern “milieu-investeringen in beeld” met een overzicht van acties van charterdeelnemers.

Het Charternetwerk speelde ook een voortrekkersrol bij de uitbouw van meerdere projecten van de POM zoals “Duurzaam is gewoon doen” en de energieprojecten “Answer”, “Arbor” , Eco2Profit” en “SEL”. Charterbedrijven speelden vaak een doorslaggevende rol bij de oprichting van bedrijventerreinverenigingen en bij de uitbouw van het restwarmtenet in Oostende waren Charterdeelnemers zowel aan de vraagzijde als de aanbodzijde determinerend voor de realisatie.

Bij beleidsondersteunende acties en bij de opmaak van ‘knelpuntennota’s inzake milieuwetgeving’ door de GOM Milieucellen was de impact van de stem van Charterdeelnemers vaak cruciaal om geloofwaardigheid voor gesignaleerde anomalieën en knelpunten af te dingen bij overheidsinstellingen die ook deel uitmaakten van de Evaluatiecommissie.

Charterbedrijven zijn in West-Vlaanderen terecht “ambassadeurs” geworden voor het duurzaam en ecologisch ondernemen.


Uitdagingen voor de toekomst 

Van bij de start werd de inhoud en de uitwerking van het charterinitiatief uitgebouwd in nauwe samenwerking met de bedrijven zelf. Elke aanpassing gebeurde na overleg met de deelnemers, wat zeker heeft bijgedragen tot de dynamiek die van het Charter is blijven uitgaan en die ervoor heeft gezorgd dat het initiatief, meer dan 25 jaar na zijn opstart, nog steeds actueel is en nog groeipotentieel heeft.

Ook de lokale en Vlaamse uitstraling zowel bij bedrijven als bij overheid groeit verder, mede door de goede en constructieve samenwerking tussen initiatiefnemers , bedrijven, bedrijfsintermediairen en overheid in de evaluatiecommissie die jaarlijks alle deelnemers audit en dankzij de vele netwerkactiviteiten en communicatie-acties met Charterdeelnemers.

Een regelmatige toekomstgerichte aanpassing van de inhoud en een verruiming van de evaluatiecommissie met nieuwe instanties blijft wenselijk om verder te kunnen groeien en tegelijk de voorbeeldfunctie van een charterdeelname te kunnen blijven garanderen. Er bieden zich ook opportuniteiten aan om het charter reeds in milieu- en duurzaamheidsopleidingen aan bod te laten komen. De studenten van nu, zijn de bedrijfsleiders voor morgen en de interesse voor klimaat en duurzaamheid groeien.

Thema’s voor integratie in de nabije toekomst lijken bijvoorbeeld materialenmanagement, circulaire economie, vergroening van de mobiliteit, deeleconomie en nog meer aandacht voor klimaat en lokale economie. Opslag en zuinig(her) gebruik van water wordt weer een prioriteit. In de huidige Coronatijden is ook aandacht voor het bestendigen en verder uitbouwen van digitaal en online werken en vergaderen zeker een uitdaging en ruimer zelfs lijkt het uitbouwen van een “lock-down strategie” een opportuniteit voor vooruitstrevende bedrijven.

Sinds de invoering van het Charter duurzaam ondernemen en recent ook het Vokacharter met zijn directe link naar de 17 duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties is er in de actieplannen wel een verschuiving opgetreden van de kernactiviteiten van het bedrijf naar meer aandacht voor de randvoorwaarden van het ondernemen. Het is een aanbeveling om in de toekomst opnieuw meer aandacht te besteden aan de verduurzaming van bedrijfsprocessen en producten/diensten en van het bedrijfsmanagement zelf. De economische pijler van duurzaamheid mag niet uit het oog verloren worden. 

Voor een ruimere internationale uitstraling van het initiatief en een grotere multiplicatie van de succesrijke bedrijfsrealisaties te realiseren is het een grote uitdaging om partnerships te zoeken met buitenlandse organisaties om aldus het charter en de chartermethodiek ook echt te internationaliseren. Steun van de overheid hiertoe via subsidieprogramma’s of cofinanciering van projecten lijkt hiertoe wel noodzakelijk. Werk aan de winkel dus voor de komende 25 jaar…

Evolutie van de inhoudelijke thema’s waarrond deelnemers aan de diverse charterinitiatieven hun jaaractieplannen dienden op te bouwen.

ECOKNOWLEDGE - 1993-2020: Van milieucharter naar charter duurzaam ondernemen
keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x