KLIMAAT - EU-emissiehandelssysteem belangrijker geacht dan klimaatbeleid landen in strijd tegen CO2

18 mei 2020

KLIMAAT - EU-emissiehandelssysteem belangrijker geacht dan klimaatbeleid landen in strijd tegen CO2

Uit een enquête door Refinitiv blijkt dat het Europese emissiehandelssysteem het klimaatbeleid van de nationale staten inhaalt en zo de belangrijkste motor wordt voor de aanpak van de CO2-emissies. 43% van de respondenten ziet het European Emissions Trading System (EU-ETS) nu als de voornaamste aanjager van de emissiereductie in de komende jaren, een stijging met met 8% in vergelijking met 2019. Refinitiv houdt de enquête elk jaar.

Gevraagd naar wat de grootste impact zal hebben op het terugdringen van de CO2-uitstoot antwoordt dus 43% met het EU-ETS. Dat is een veel groter aandeel dan nationaal klimaatbeleid en het brede klimaatbeleid van de EU, die elk 27% van de antwoorden uitmaken. Vorig jaar geloofde maar 35% van de respondenten dat het emissiehandelssysteem de grootste impact zou hebben en deden de twee andere antwoorden het met 43% in totaal een pak beter.

Van de respondenten die bevraagd werden voor de lockdown ten gevolge van de coronacrisis geloofde 60% dat de koolstofprijs rond de 25 euro per ton CO2 zou blijven schommelen in 2020. Alle respondenten die na de lockdown antwoordden, gaan uit van een daling van die prijs in 2020 en ook nog in 2021.

Anders Nordeng, senior analyst bij Refinitiv Carbon Research en co-auteur: “De verschuiving richting het emissiehandelssysteem als belangrijkste driver in de aanpak van de broeikasgassenproblematiek is interessant gezien het feit dat de Europese Green Deal de klimaatbeleidsdiscussies heeft gedomineerd sinds de Commissie de deal in december 2019 presenteerde. De Green Deal zal uiteindelijk ook substantiële veranderingen met zich brengen voor de EU-ETS, maar tot dusver draaide de discussie vooral om de Klimaatwet 2050, waarvan het ontwerpvoorstel begin maart werd gepresenteerd.”

Van de zes mogelijke aanpassingen aan het EU-ETS acht een solide meerderheid een verhoging van de Lineaire reductiefactor (LRF) het meest waarschijnlijk om een hogere klimaatdoelstelling te weerspiegelen. De LRF is het percentage waarmee het totale emissieplafond jaarlijks afneemt. Ongeveer 37% denkt dat dat in 2023 zal zijn beslist, 28% denkt pas in 2025.

Het intakecijfer voor marktstabiliteitsreserve (MSR) bedraagt momenteel 24%, maar dat wordt na 2023 12%. Een meerderheid van de respondenten verwacht een wijziging van de regels om het hoge percentage ook na 2023 te kunnen handhaven. Slechts 20% gelooft in het standaardtarief van 12%.


Respondenten verwachten toevoeging maritiem transport

Relatief weinig mensen verwachten dat de emissies van het landtransport aan de EU-ETS zullen worden toegevoegd, althans niet voor 2030. Voor maritiem transport ligt dat anders. De respondenten verwachten de toevoeging daarvan tegen 2025 of 2030.

Voor de bedrijven die onder de EU-ETS vallen, is een belangrijke vraag of de emissiedoelstelling voor 2030 zal worden verhoogd. Is dat het geval, dan zal dat immers onvermijdelijk leiden tot een verminderd aanbod van emissierechten. Van de twaalf gereguleerde bedrijven die dit deel van de enquête hebben beantwoord, verwachten er zeven dat de doelstelling voor 2030 wordt verhoogd tot 50%, twee verwachten een verhoging tot 55% en drie respondenten denken dat de doelstelling niet zal veranderen ten opzichte van het huidige niveau van 40% reductie in vergelijking met de niveaus in 1990.

Anders: “Anders dan bij prijsverwachtingen zien we geen coronaeffect op de verwachtingen rond de beleidswijzigingen, aangezien de antwoorden van de respondenten die de enquête invulden na de crissis op dat vlak weinig verschillen van de antwoorden die voor de crisis werden gegeven. Dat suggereert dat de respondenten er relatief zeker van zijn dat de hervormingen zullen doorgaan zoals gepland, ondanks de oproepen van de centrum-rechtste Europese leiders om het klimaat op de achtergrond te stellen tijdens het economisch herstel.


Groei Europese emmisiehandelmarkt

Een opmerkelijk kenmerk in de enquête van dit jaar is het hoge aantal respondenten (44) dat betrokken is bij de opkomende nationale koolstofmarkt in China en/of de bestaande regionale pilootmarkten. Onder hen verwacht twee derde dat de handel op de nationale markt dit jaar daadwerkelijk een start zal nemen. Dat zou in lijn zijn met de politieke signalen die te horen zijn vanuit Peking. Interessant is dat een kwart gelooft dat de handel pas na 2020 zal starten, een hoger aantal dan wanneer dezelfde vraag in 2019 werd gesteld.

Gevraagd naar concrete stappen voor een betere milieu, zeiden de meesten respondenten dat ze vaak videoconferenties organiseren om zo reizen te voorkomen en dat ze energiebesparende maatregelen nemen op kantoor. Slechts 44 van de 148 respondenten die deze vraag beantwoordden, kopen CO2-compensaties om hun ecologische voetafdruk te verkleinen.

Van diegenen die CO2 compenseren doen de meesten (63%) dat al geruime tijd. Slechts 14 procent begon er vorig jaar pas mee.  CO2-compensatie wordt trouwens over het algemeen gezien als iets goeds. Ook de respondenten die zelf niet compenseren, vinden dat. Slechts een paar respondenten beschouwt CO2-compensatie als pure greenwashing.

KLIMAAT - EU-emissiehandelssysteem belangrijker geacht dan klimaatbeleid landen in strijd tegen CO2
keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x