ECOPINIE - Klimaatneutrale en duurzame samenleving in Vlaanderen

14 oktober 2019

Het klimaat is de laatste weken uitdrukkelijk aanwezig in het publiek debat. Enkele weken geleden was er de Klimaattop van de Verenigde Naties en de wereldwijde klimaatweek. Er was het nieuws dat de Europese Investeringsbank zich wil ontpoppen tot ‘klimaatbank’ met als ambitie de volgende tien jaar 1.000 miljard aan leningen te verstrekken om de overgang naar duurzaam energieverbruik mogelijk te maken. Verder nog: de oproep van de klimaatactivisten Extinction Rebellion om de tuinen van het Koninklijk Paleis te bezetten als vreedzame verzetsactie ten bate van het klimaat en de open brief van ‘Docs for Climate’ waarmee bijna 1.000 artsen eisen dat België klimaatneutraal wordt.

Ook het Vlaams Regeerakkoord stelt de omslag naar een klimaatneutrale en duurzame samenleving voorop. Het valt op dat de nieuwe Vlaamse Regering hierbij kiest voor een duidelijke marsrichting: de vele uitdagingen op het gebied van duurzaamheid aanpakken via ondernemerschap en innovatie. Dat is op zich niet verkeerd, mits Vlaamse bedrijfsleiders klaar en bereid zijn om dit echt te doen.  

Om dit te weten te komen, is het onlangs verschenen rapport (The Decade to Deliver – CEO Study on Sustainability) van de Global Compact van de Verenigde Naties een goede bron. De VN Global Compact is een initiatief dat bedrijven over de hele wereld oproept om hun strategieën en activiteiten op één lijn te brengen met een aantal fundamentele principes, zoals mensenrechten, degelijke arbeidsvoorwaarden en anticorruptie. Het rapport presenteert resultaten van diepte-interviews over duurzaamheid met een aantal vooraanstaande bedrijfsleiders. In de lijst vinden we een aantal bekende CEO’s met een link met België, zoals Carlos Brito van AB InBev en Jean-François van Boxmeer van Heineken.  

Het cijfermateriaal leert dat hoewel duurzaamheid op toenemende interesse kan rekenen bij executives (99% van de ondervraagde CEO’s zijn overtuigd dat duurzaamheid een belangrijke invloed zal hebben op het toekomstig succes van hun bedrijven), actie op het terrein beperkt is tot een relatief kleine groep van grote ondernemingen. 

Een voorbeeld is Unilever, wiens nieuwe CEO Alan Jope wordt geciteerd: “Er bestaat bij ons geen onderscheid tussen bedrijfsstrategie en duurzaamheidsstrategie ... ze zijn volledig geïntegreerd.”  

Hiertegenover staat dat de meeste bedrijfsleiders er niet in slagen de goede intenties inzake duurzaamheid om te zetten in actie: slechts 21% van CEO’s menen dat bedrijven een voldoende  bijdrage leveren aan het implementeren van duurzaamheidsprincipes ten bate van ecologische een sociaal-economische uitdagingen. In de woorden van Rolf Martin Schmitz, CEO van het Duitse nutsbedrijf RWE: “Jammer genoeg blijft het vaak bij woorden wanneer het gaat om duurzaamheid.”

Structurele condities

De vraag stelt zich dan wat bedrijfsleiders tegenhoudt om duurzaamheid op een meer doorgedreven manier aan te pakken. De topmanagers wijzen hier naar zogenaamde “structurele condities”, zoals politieke onzekerheid (42%) en de aanhoudende wrijvingen tussen landen inzake vrijhandel (35%). Dat is een onverwacht antwoord. Want, hoewel iedereen zal erkennen dat we in ‘onzekere tijden’ leven, lijkt de volatiliteit vandaag niet anders en/of meer uitgesproken dan bijvoorbeeld tien jaar geleden, in het zog van de financiële crisis.

Opmerkelijk zijn evenwel de CEO’s die verwijzen naar klassieke bedrijfsomstandigheden als belemmering: onvoldoende financiële middelen (63%), druk vanuit kostenefficiëntie (55%) en wijzigende strategische prioriteiten (43%).

Dit is een belangrijke vaststelling: Duurzaamheid wordt vandaag nog altijd beschouwd als iets dat relatief ver staat van de ‘echte bedrijfsvoering’. Het wordt niet gepercipieerd als aandrijver van groei en winst. En bijgevolg onvoldoende verbonden met succesvol ondernemen en innoveren.

Is duurzaamheid na al die jaren dan nog steeds een idee waarvoor de tijd niet rijp is?

Persoonlijke duurzaamheidsovertuiging

Het rapport reikt een aantal hoopvolle inzichten. Meer specifiek het feit dat een meerderheid van CEO’s (85%) zich persoonlijk aangesproken voelt om zijn/haar organisatie veel verder te laten evolueren in de richting van duurzaam ondernemen en innoveren. Een grote groep (62%) is zelfs bereid om hun verloning te laten afhangen van de prestaties van het bedrijf op het gebied van duurzaamheid.

Die ‘persoonlijke duurzaamheidsovertuiging’ – bedrijfsleiders die overtuigd zijn dat duurzaamheid goed is voor de business – is belangrijk. Ten eerste omdat ‘het goede voorbeeld geven’ en ‘de daad bij het woord voegen’ een platform creëert binnen organisaties om de duurzaamheidsagenda verder te zetten. Ten tweede, en belangrijker, persoonlijke overtuiging is noodzakelijk om met authenticiteit positieve veranderingen binnen organisaties door te voeren. Immers, met de businesscase-logica alleen kan je geen harten veroveren.

Topmanagers moeten zich dus meer durven vereenzelvigen als persoon met duurzaamheid, ook in Vlaanderen. De richtinggevende vraag is: ‘Hoe draagt mijn job en de activiteiten van mijn onderneming bij aan de samenleving?’. Indien Vlaamse topmanagers die omslag maken, dan is de kans reëel dat we de komende jaren via ondernemerschap en innovatie belangrijke stappen vooruit kunnen zetten richting een klimaatneutrale en duurzame samenleving.       

Michael Wagemans

Managing Partner iPropeller en Professor Sustainability aan Hult International Business School (Londen)

  


ECOPINIE - Klimaatneutrale en duurzame samenleving in Vlaanderen

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x